Aan den Weled.geb. Heer, den Heer Albert Verwey
Noordwijk aan Zee
Zeergeachte Heer,
Nu ik voor de vraag sta, of ik mijn bundel een naam zal geven, of niet, herinner ik mij een briefkaart van U, waarin U zeidet den naam ‘Verzen’ weinigzeggend te vinden. Hoewel ik de kans loop op onbescheiden wijze Uw tijd in beslag te nemen, wilde ik U nu beleefd verzoeken, mij ook voor den bundel Uw oordeel te zeggen. Het is voor mij zoo belangrijk te weten, dat het boekje althans uiterlijk een goeden indruk maakt. Ik had al gedacht er den titel: ‘De Getooide Doolhof’ aan te geven, aanduidend de gestalte, waaronder zich tot nu toe het Leven aan mij heeft voorgedaan. Zoudt U daarvoor iets voelen, of acht U ‘Verzen’ beter? Ik ontving geen proef van mijn versje, - is er geen plaats? 't Is wel jammer.116Misschien moet 't boekje begin Juni verschijnen, maar 't is niet waarschijnlijk. ‘Het Gebed’ is niet in Uw smaak gevallen?117 Het zou mij wel spijten. Zoudt U mij dat éene genoegen nog willen doen, mij in een paar woorden Uw meening te zeggen? Ik zou U zeer dankbaar zijn. Hoogacht., na bel.gr. Uw dw. P.N. van Eyck