terug  begin  verderprepost

36.
Postblad
. Poststempel: 17.4.09

Aan den Weled.geb.Heer, den Heer Albert Verwey
Noordwijk aan Zee

Afzender:
Columbusstr.223,
Den Haag

's-Gravenhage, 17 Apr. '09

Hoog geachte Heer,

Hedenmiddag ontving ik Uwe zending. Het feit, dat U een gedicht terugzendt, dat U eerst aannemelijk verklaardet (met de bijvoeging, dat U over de ‘kleinigheden’ nog niet kondt oordeelen; dat U een ander zonder eenige, toch nuttige motiveering, ongeschikt acht;119 dat U gedichten in een ander tijdschrift, geen zonder zijn eigen beteekenis, zonder meer ‘woorden’ noemt,120 en dus over 't algemeen mijn werk niet meer schijnt te kunnen waardeeren, dat U, tenslotte, terwijl U gedurende bijna 2 jaar met geregelde tusschenpoozen mijn werk plaatstet, mij de mogelijkheid van verdere medewerking voor de eerstkomende maanden, en, daar van andere medewerkers, natuurlijk geregeld bijdragen zullen blijven inkomen, die tegelijkertijd voor langen tijd afsnijdt, doet mij wel inzien, dat verdere pogingen van mijn kant U niet aangenaam zijn zouden, en dat U liever mijn medewerkersschap als geëindigd wilt beschouwen. Ik zou niet graag mijn werk opdringen en zal dus Uw wenk ter harte nemen. Alleen spijt het mij wel, dat het tijdschrift, waarin ik gedebuteerd heb en steeds 't liefste

[p. 84]

schreef voor mij gesloten zal zijn, als ook, dat mijn eerste bundel, (reeds grootendeels afgedrukt), die natuurlijk ook de door U afgekeurde Gidsverzen bevat, juist bij de Beweging een geringschattend onthaal zal ondervinden.121

Ik hoop dat U dit schrijven niet zult beschouwen als een gevolg van zich onbesuisd uitende gepikeerdheid, - het is alleen de doelloosheid, die ik in heel mijn streven zie, en de omstandigheid dat de meest doorleefde en doorvochten dingen ongevoelde leegheid schijnen, die mij aan het nut van éénige publicatie doen twijfelen. Hierom ook, niet omdat de bundel eenige door U veroordeelde verzen bevat, betreur ik de uitgave van mijn boekje. U dankzeggend voor Uwe bereidwilligheid, verblijf ik, na bel.gr.

Met de meeste Hoogachting,
Uw dw.
P.N. van Eyck

Columbusstr. 223

119Welke ‘zending’ hier bedoeld wordt, was niet te achterhalen. ‘Hedenmiddag’ wijst op zaterdag 17 april 1909. Op diezelfde dag en datum schreef Verwey het briefje onder no. 35 hier opgenomen. Onder nr. 33 is van zijn hand een mededeling geschreven op 16 april 1909. Deze brief kàn op de 17de 's middags in Den Haag besteld zijn.
120Daarin staan de door Van Eyck geciteerde ‘woorden’. Betrof de ‘zending’ de beide volgens Verwey ‘veel goeds’ bevattende gedichten?
121De beoordeling van De Getooide Doolhof, 1909 was zeker niet ‘geringschattend’, ondanks de door Verwey gewraakte gedichten (nr. 33, noot 114). Diens vooral ‘pedagogische’ kritiek - hij schreef in De Beweging geen woord over de minder geslaagde poëzie! - gaf blijk van een milde, vooral wijze houding.
prepostterug  begin  verder