terug  begin  verderprepost

42.
Brief
.

U.B.A. Verwey. Geen Sign.

DE BEWEGING
Algemeen Maandschrift voor
- Letteren, Kunst -
Wetenschap en Staatkunde
Redactie:
T.J.de Boer - Albert Verwey
en Is.P.de Vooys

Noordwijk a/Zee
8 febr. '10

Waarde Heer Van Eyck,

Dat ik u, nevens de vroegere, ook Uw laatste zending weer doe toekomen, is niet omdat ik ze zou afkeuren. Het zijn, vind ik, gevoelde en zuivere gedichten, waarvan het motief zich in vatbare schakeringen afteekent.135

[p. 93]

In gewone omstandigheden zou ik ze alle opnemen. De reden voor het terugzenden ligt hierin dat deze jaargang van De Beweging geschreven wordt door schrijvers die zich daartoe, zonder aanspraak te maken op honorarium, hebben verbonden. De uitgever achtte, voorloopig, deze regeling wenschelijk.

Geloof mij, inmiddels, met vriendelijke gevoelens,

de uwe
Albert Verwey

135Van Eyck had tien gedichten gestuurd. Nadat hij ze voor de tweede maal had ingezonden, werden ze geplaatst in De Beweging VI 1910, 2; pp. 214-224.
In de bundel Getijden (Bussum 1910) staan ze op de er achter vermelde bladzijden.
Herfstmiddag - Mijn ziel is als een zwijgend woord 63-65
Gij waart een kind, toen U voor 't eerst het leven 40-41
Gij waart een kind, maar dat haar jong vermoeien 42-43
Maar dat Uw hart bij al zijn lijden 44-45
Was het dan vreemd, dat ik, die liefde's leven 46-47
Niet om Uw lach, mijn kind; wij leerden beiden, 48-49
Ach kind wat kan mij 't troosten geven, 50-51
Ik heb Uw ziel den ganschen langen morgen 55-56
O neen, het mag U nimmer deren 59-60
Aan den Eenzame. De middag grauwt 76-78

 

prepostterug  begin  verder