U.B.A. Verwey. Geen Sign.
DE BEWEGING
Algemeen Maandschrift voor
- Letteren, Kunst -
Wetenschap en Staatkunde
Redactie:
T.J.de Boer - Albert Verwey
en Is.P.de Vooys
Noordwijk a/Zee
8 febr. '10
Waarde Heer Van Eyck,
Dat ik u, nevens de vroegere, ook Uw laatste zending weer doe toekomen, is niet omdat ik ze zou afkeuren. Het zijn, vind ik, gevoelde en zuivere gedichten, waarvan het motief zich in vatbare schakeringen afteekent.135
In gewone omstandigheden zou ik ze alle opnemen. De reden voor het terugzenden ligt hierin dat deze jaargang van De Beweging geschreven wordt door schrijvers die zich daartoe, zonder aanspraak te maken op honorarium, hebben verbonden. De uitgever achtte, voorloopig, deze regeling wenschelijk.
Geloof mij, inmiddels, met vriendelijke gevoelens,
de uwe
Albert Verwey
| Herfstmiddag - Mijn ziel is als een zwijgend woord | 63-65 |
| Gij waart een kind, toen U voor 't eerst het leven | 40-41 |
| Gij waart een kind, maar dat haar jong vermoeien | 42-43 |
| Maar dat Uw hart bij al zijn lijden | 44-45 |
| Was het dan vreemd, dat ik, die liefde's leven | 46-47 |
| Niet om Uw lach, mijn kind; wij leerden beiden, | 48-49 |
| Ach kind wat kan mij 't troosten geven, | 50-51 |
| Ik heb Uw ziel den ganschen langen morgen | 55-56 |
| O neen, het mag U nimmer deren | 59-60 |
| Aan den Eenzame. De middag grauwt | 76-78 |