terug  begin  verderprepost

46.
Brief
.

DE BEWEGING
Algemeen Maandschrift voor
- Letteren, Kunst -
Wetenschap en Statkunde
Redactie:
T.J.de Boer - Albert Verwey
en Is.P. de Vooys

Noordwijk a/Zee
30 Octr. 10

Waarde Heer Van Eyck,

Uw gedicht houd ik voor goed en zal ik opnemen.145 Met genoegen hoor ik van uw Dullaert-plan. Me dunkt, de bloemlezing kan ruim zijn. Zelfs voor een herdruk zou ik reden zien. Voor Revius voel ik minder. Een keus daaruit bestaat trouwens.146

Als uw arbeid pers-klaar is, wil hem me dan even toezenden. Indien ik mij ermee kan vereenigen, zal er mijnerzijds tegen de opdracht geen bezwaar bestaan.

Met vriendelijke groeten
Uw dw
Albert Verwey

145Zie brief 45, noot 142.
146Verwey werd meer bekoord door Dullaerts bescheiden, maar soms fraai beeldende gedichten dan door Revius' poëzie. Het ‘steile’ van deze predikant-poëet verhinderde zijn waardering tot genegenheid te laten rijpen.
Zowel Revius-Reefsen, zoals Verwey belieft te schrijven - als Dullaert kon de redacteur van De Beweging waarderen, maar Heiman Dullaert heeft zijn genegenheid wegens ‘een diepe en zoete toon, die door zinnen en ziel gaat’, ‘genotvol en smartelijk’ is. Diens oorspronkelijkheid berust volgens Verwey dáárop, dat hij ‘het sonnet tot de gestalte maakte van - een oogenblik buiten zichzelf tredende en dan in zich terugvluchtende ingetogenheid.’ (Proza V, Amsterdam 1922; p. 41), Revius vergelijkt hij liever met Huygens, beide ‘krachtige, temperamentvolle persoonlijkheden’, maar wier kunst niet voor alles naar de door Verwey als hoofdzaken gewaardeerde elementen ging: bouw en beweging (a.w.; p. 38).
prepostterug  begin  verder