terug  begin  verderprepost

50.
Brief
.

Den Weled.geb. Heer Albert Verwey
Noordwijk aan Zee
.

Hooggeachte Heer,

Na U eerst mijn dank betuigd te hebben, voor de opname van mijn laatstgezonden gedicht156, heb ik de eer U hierbij nog een paar gedichten aan te bieden, één grooter,

[p. 105]

getiteld ‘Het Oproer der Dooden’, twee kleinere.157 Zoo U ze hebben wildet, het zou mij zeer aangenaam zijn. U zult aan den aard dezer gedichten kunnen zien, in elk geval, dat mijn tweede bundel een afgesloten geheel is. In de hoop spoedig Uwe beslissing te mogen vernemen, verblijf ik inmiddels

na bel.gr.
Hoogachtend,
Uw dw.
P.N. van Eyck

Columbusstraat 223
[Eind Nov. 1910]158

156Ter herinnering aan Alex Gutteling. Zie nr. 49; noot 154.
157Het oproer der dooden. Werd gepubliceerd in De Beweging VII [1911], 1; pp. 190-197. Later in Uitzichten, Bussum 1912, pp. 147-160. Niet in V.W. Voor de twee ‘kleinere’ zie noot 159.
158De ‘opname van mijn laatstgezonden gedicht’ kan alleen betrekking hebben op het onder noot 156 genoemde. Dat werd geplaatst in het decembernummer van De Beweging. De later door Van Eyck toegevoegde ‘datering’ lijkt verschoven te moeten worden naar begin december 1910.
prepostterug  begin  verder