terug  begin  verderprepost

51.
Brief
.

U.B.A. Verwey, geen sign.

Noordwijk a/Zee
19 Dec.r 10

Waarde Heer Van Eyck,

Met uw gedicht ter herinnering van Gutteling heeft u menigeen genoegen gedaan die zich met wat u daarin schreef zoo ten volle kon vereenigen.

Het Oproer der Dooden las ik met belangstelling. Het is breed en gedragen. Waarschijnlijk ligt het minder aan dit soort kunst als aan uw aard, dat dit dragen, zooals ook in andere verzen -hier en daar wat moeizaam is. U kiest veel en sterk aangezette bijvoegelijke naamwoorden, waar m.i. een soberder dictie beter was.

Ik stel mij voor dat ik dit grootere gedicht apart plaats (misschien in Febi.) en de kleinere die ik van u heb, daarna.159

[p. 106]



illustratie
Uitnodiging voor een door P.N. van Eyck op 30 januari 1911 te houden lezing over Stefan George.

[p. 107]

Op uw vraag inzake Poe kan ik weinig antwoorden. Het is namelijk nog niet vast te stellen in hoeverre in het volgend jaar op onzen regel uitzonderingen zullen worden gemaakt.160

Met vriendelijke groeten
Uw dw
Albert Verwey

159Het oproer der dooden werd inderdaad in het februarinummer van De Beweging VII [1911], 2; pp. 190-197 geplaatst. De kleinere gedichten zouden pas in het oktober-nummer van 1911 gepubliceerd worden: Vóór de reis; Tot Eroos en Herborene tot het leven. De Beweging VII [1911], 4; pp. 41-46. In De Beweging was het eerste gedicht opgedragen aan A. Roland Holst, het tweede aan dezelfde in de vorm van een verkorte mededeling: Peinzend aan een vriend. Vóór de reis was ook opgenomen in Het jaar der dichters, 1912, een ‘muzenalmanak’ onder redactie van Jan Greshoff, op de pp. 83-85. De bundel Uitzichten verenigde de beide gedichten onder de gezamenlijke titel Twee gezichten aan ... De naam A. Roland Holst werd daar weggelaten wegens een conflict tussen de jonge dichters [zie: nr. 85; noot 252]. In de Verzamelde gedichten I, (Bussum, 's-Gravenhage 1948) van A. Roland Holst vindt men op p. 88 het ‘ruilvers’: ‘Voor P.N. van Eyck’. Het stond oorspronkelijk in Holsts eerst gepubliceerde bundel Verzen [1911].
160De ‘regel’ had Verwey al vroeger geformuleerd: Geen honoraria i.v.m. situatie van het tijdschrift. Zie nr. 42.
prepostterug  begin  verder