terug  begin  verderprepost
[p. 108]

53.
Brief
.

Den Weled.geb. Heer, den Heer Albert Verwey
Noordwijk aan Zee

Hooggeachte Heer,

Hopende, dat U het voor de Beweging zult kunnen gebruiken, zend ik U hierbij een groot gedicht ‘De Sterren’.164

Ik moet U nog dankzeggen voor Uw kritiek. Dat ik het al niet eerder deed, vindt zijn reden hierin, dat ik U dit gedicht reeds een maand eerder had willen zenden, maar daarin door omstandigheden verhinderd werd.165 Het heeft mij werkelijk buitenwoon blijgemaakt, dat Uw oordeel zoo mocht wezen, en wanneer er één ding is, dat ik hoop, dan is het, dat het zoo mocht blijven of nog gunstiger worden.

Met mijn studie over Poe heb ik nog niet kunnen beginnen. Wel maakte ik deze week een aanvang met de algeheele herlezing. Ik hoop nu goed op te schieten, hoewel mijn artikel over Nietzsche mij ook veel werk geeft.166

Ik bedenk daar, dat de gedachte van ‘De Sterren’ dezelfde is, als die van het eerste gedicht van Aart v.d. Leeuw in 't Februarinummer, - een heel gewone gedachte overigens.167 Maar het is toch geoorloofd op zulk een gedachte een geheel verhaal te bouwen, dat dan de hoofdzaak wordt?

Ik ben wel nieuwsgierig naar Uw beslissing. Inmiddels, na bel.gr. verblijf ik

Hoogachtend
Uw dw.
P.N. van Eyck
Columbusstr. 223
's-Gravenhage

8 Febr. 1911

[p. 109]



illustratie
Omslag van De Beweging, februari 1911.

[p. 110]



illustratie
Aanhef van ‘Het oproer der dooden’, door P.N. van Eyck, in De Beweging, februari 1911, p. 190.

[p. 111]



illustratie
Aanhef van ‘De Zwemmers’, door Aart van der Leeuw, in De Beweging, februari 1911, p. 198.

164Zie hiervoor de nrs. 45 en 46. Op Van Eycks verzoek had de redacteur van De Beweging kritiek geoefend, in 't bijzonder op het ritme.
165Welke precies die ‘omstandigheden’ waren, viel niet te achterhalen.
166De studie over E.A. Poe wilde niet uit de pen komen. Die over Nietzsche verscheen in de Nieuwe Gids van XXVI [1911], 2; pp. 109-136 onder de algemene titel: Buitenlandsche Literatuur VIII en onder de bijzondere: Nietzsche en zijn ‘Ecce Homo’. V.W. 3; pp. 286-318.
167De Beweging, VII [1911], 1; pp. 198-200.
Aart van der Leeuw, De Zwemmers. In Verzamelde gedichten, Rotterdam, 's-Gravenhage, Santpoort, z.j. pp. 73-75. Oorspr. in Liederen en Balladen, Amsterdam, 1911; p. 100.
prepostterug  begin  verder