terug  begin  verderprepost

63.
Brief
.

Noordwijk a/Zee
18 Sept.r 11

Waarde Heer van Eyck,

Dank voor uw fraaie boek.191 Ik begrijp nu waarom het gedicht - dat zulk een voortreffelijken titel draagt - voor u zoo belangrijk is. Gelezen als een lyrische dialoog (die het moeilijk valt, b.v. veel moeielijker dan bij Hofmannsthal, in verband met mise-en-scène etc. als ruimte en beweging op te vatten)192, geeft het werkelijk de

[p. 124]

worstelingen van uw gemoed en gedachten weer, en wat mij het meest erin aangrijpt - en laat ik, met dit te zeggen, tegen mijn gewoonte uit mijn estetisch kritische houding treden - dat is de hartstocht, d.w.z. de ernst van uw innerlijk wezen die zich m.i., in vroegere dergelijke gedichten van u, nooit zoo groot en zoo overtuigend heeft uitgesproken. Dit is het element dat, ook achter uw Getijden aanwezig, meer dan eenig ander vertrouwen wekt.

De terugblik aan het eind geeft een gelukkige en verzoenende afsluiting.

Waarom te bang te zijn voor overeenstemming met anderen? We zijn niet enkel onszelf, maar organen van een heel leven dat meerdere monden heeft. Laat het zich hier of daar op overeenkomstige wijs uitspreken - het is een teeken dat er in ons allen een verwantschap is, zooals, naar uw gevoel, de muziek aan de voorwerpen in een kamer geeft.

Het gedicht bij Dullaert begint inderdaad op pag. 125, maar - die bladzij is abusievelijk genummerd 127, zoodat dit nummer tweemaal voorkomt. Ik had dat niet opgemerkt.193

Ook als uw plan niet doorgaat, moet, dunkt mij, naar de papieren van dien Amersfoortschen heer geïnformeerd worden.194 Ik stel daar zeer veel belang in en hoop dat u mij op de hoogte houdt.

Groetend de uwe
Albert Verwey

191Worstelingen.
Eerste uitgave van De Zilverdistel, een door Jan Greshoff en J.C. Bloem gestichte bibliofiele uitgeverij. Weldra voegde P.N. van Eyck zich bij hen en zo kwam deze eerste publikatie tot stand. Zij was gedrukt door de fa. Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem met een 18de- eeuwse letter: Joan Michael Fleischman had deze gesneden. Het papier was Oudhollands vergé van Van Gelder en Zonen.
Als ‘boekverzorgers’ staan er de namen van de drie reeds genoemde dichters. Die van P.N. van Eyck is echter doorgestreept en er boven staat: Joh. Enschedé en Zonen. Dit althans in ex. no. 22 dat zich in Museum Meermanno Westreenianum bevindt. Er waren 40 exemplaren gedrukt en door P.N. van Eyck getekend. Worstelingen staat op de pp. 12 t.e.m. 45. Een tweede gedicht onder de titel Terugblik vult de pp. 49 t.e.m. 51.
Het ‘tweegesprek’ is ook opgenomen in De Getooide Doolhof van 1911, pp. 125-144. De toespeling die Verwey in deze brief maakt - slot van de 3e alinea - wijst naar de toelichting, die aan het gedicht vooraf gaat. Over de functie van de muziek en die van het donker dat mede de sfeer bepaalt: Dagend dichterschap, p. 176 vlg.
192Dichter bij huis waren dialogen van Karel van de Woestijne te lezen, waardoor P.N. van Eyck ook beïnvloed kan zijn!
193Voor Dullaert: zie nr. 61; noot 184.
194Vgl. nr. 62; noot 188.
prepostterug  begin  verder