Den Weledgeb.Heer Albert Verwey
Noordwijk aan Zee
Hooggeachte Heer,
Dank U hartelijk zoowel voor Uw brief, die mij, vooral op de plaats, waar U Uw aesthetisch-kritische houding verliet, zoo bijzonder aangenaam en versterkend was, als voor deze briefkaart.195 Ik voelde oogenblikkelijk wat U bedoelde. Ik heb mij in 't vers nog eens ingeleefd en getracht te veranderen. Het was lastig, want stoplappen moeten uitgesloten blijven. Ik dacht nu dit:
Denk dan, vriend, hoe éénmaal mijne handen ....
een zeer eenvoudige verandering, waardoor de regel niets kwijt raakt. Het meervoud-uitdrukkende e-tje behoeft toch géén stoplap te zijn. En vervolgens:
Denk dan, hoe 'k in 't lange, ontroerde wachten
onzer stilte ...196
waarin een verder en waar detail van den toestand geteekend wordt. Dat ‘onzer’ onderstreep ik alleen, omdat ik beleefd zou willen verzoeken of U tegelijk het nu aanwezige Uwer daarin wilt veranderen. Hopend, dat de aangeboden veranderingen zóó zijn, dat het U niet berouwt mij geschreven te hebben, dank ik U zeer voor de extra moeite en verblijf ik, met beleefde groeten aan U en mevrouw, Hoogachtend
Uw dw.
P.N. van Eyck