's-Gravenhage, Oct. '11.
Hooggeachte Heer,
Hierbij heb ik de eer, U een tweetal gedichten ter opname aan te bieden.197 Zij zijn beide, het tweede in 't bijzonder, nog al ‘hevig’ van sentiment en visie. Het is eigenlijk daarom juist, dat ik hoop, dat zij U zullen bevallen. Met verwachting zie ik Uw beslissing tegen.
Ik kan U niet zeggen, hoeveel genoegen mij Uw twee stukken in 't October- -nummer vooral de laatste pagina's gedaan hebben.198 Uw bezadigde, maar uiterst besliste afwijzing van Boutens' geöutreerde individualisme vond ik, niet alleen als protest, maar ook om haar positieve stellingen een genot om te lezen. Ik wilde U dit
bepaald nog even zeggen, want het deed mij goed, dat die voorrede niet geheel onweerlegd zou blijven, nu zij in zooveel exemplaren verspreid wordt.
Inmiddels, na bel. gr., ook aan Mevrouw,
Hoogachtend,
Uw dw.
P.N. van Eyck
Columbusstr.223