terug  begin  verderprepost
[p. 140]

73.
Brief
.

Den Haag, 17 Febr. '12

Zeer geachte Heer

Hierbij mijn artikeltje over rhetoriek.223 Ik vrees, dat het vrij slecht geschreven is.* Ik heb het, na het Zaterdag van elf tot vier 's nachts geschreven te hebben en daarna brisé naar bed gegaan te zijn, een dag willen laten liggen, het vandaag snel moeten overschrijven, om het U nog eenigermate op tijd te kunnen zenden. Ik ben nieuwsgierig naar Uw oordeel.

Alle proeven komen tegelijk, ik werk heel hard rechten, - ik heb het werkelijk heel druk gehad. Ik hoop dat 't nu eens een tijdje uit is, zoodat ik rustig kan verder studeeren. Ik hoop, dat U mij het slechte schrift ditmaal nog eens vergeeft. Ik vind overschrijven bovendien de grootste corvée van het schrijverschap.

Wilt u mijn hart.gr.doen aan Mevrouw en ook voor U zelf veel hart.gr.

Hoogachtend,
Uw
P.N. van Eyck

* van hand bedoel ik.
Stylistische oneffenheden zal ik in de proef wel zien.

223Het ‘artikeltje over rhetoriek’ is niet teruggevonden. De belangrijkste gegevens zullen een jaar later overgenomen zijn in een nieuwe bijdrage: Aanteekeningen over rhetoriek , in maart 1913 gepubliceerd in De Beweging IX (1913), 1; pp. 298-310. Weliswaar was Gossaerts beschouwing over A.C. Swinburne in 1911 verschenen in de reeks Mannen en vrouwen van beteekenis, maar pas in 1913 reageerde Albert Verwey hierop in verband met de opnieuw ter sprake gebrachte term ‘retorica’: De Beweging IX (1913) 1; pp. 52-66.
prepostterug  begin  verder