Den Haag, 17 Febr. '12
Zeer geachte Heer
Hierbij mijn artikeltje over rhetoriek.223 Ik vrees, dat het vrij slecht geschreven is.* Ik heb het, na het Zaterdag van elf tot vier 's nachts geschreven te hebben en daarna brisé naar bed gegaan te zijn, een dag willen laten liggen, het vandaag snel moeten overschrijven, om het U nog eenigermate op tijd te kunnen zenden. Ik ben nieuwsgierig naar Uw oordeel.
Alle proeven komen tegelijk, ik werk heel hard rechten, - ik heb het werkelijk heel druk gehad. Ik hoop dat 't nu eens een tijdje uit is, zoodat ik rustig kan verder studeeren. Ik hoop, dat U mij het slechte schrift ditmaal nog eens vergeeft. Ik vind overschrijven bovendien de grootste corvée van het schrijverschap.
Wilt u mijn hart.gr.doen aan Mevrouw en ook voor U zelf veel hart.gr.
Hoogachtend,
Uw
P.N. van Eyck
* van hand bedoel ik.
Stylistische oneffenheden zal ik in de proef wel
zien.