Aan den Weled.geb. Heer Albert Verwey Noordwijk aan Zee
Hooggeachte Heer,
Ik ben heel erg blij met Uw vriendelijke, ingaande brief, en met Uw gedachte over mijn stuk.236 Ik wilde U vragen, of U misschien aan den drukker zoudt willen opgeven mij zoo spoedig mogelijk proef te zenden. Den 16e April ga ik voor 10 dagen naar Jany Holst, Jacques Bloem, en misschien naar Jaap de Stoppelaar, en ik zou gaarne à tête reposée mijn proef corrigeeren, voor eventueele stijlverbeteringen.237
Wanneer U hier komt, zal 't mij buitengewoon veel genoegen doen U te ontmoeten voor een nader gesprek. Ik hoop, dat ik dat niet ontloop door mijn kleine rustreisje?
Mij dunkt, dat het wel een geschikt onderwerp voor Gerretson is. Hij vertelde mij, dat hij ook nog een artikel over Tibullus beloofd had.238 Maar ik vrees, dat, zooals ik door mijn doctoraal, hij door zijn promotie erg gebonden is.239
Ik kan U niet zeggen, hoe blij mij vooral het vertrouwen maakt, dat ik in Uw brief bespeur. Ik werd een oogenblik bang: Ik ben nog heel jong feitelijk (24) en al heb ik heel veel gelezen en nagedacht ook, toch zijn er natuurlijk groote lacunes, of niet voldoende nog opgevulde holtes in mijn kennis. Maar ik zal dan maar aan Uw zwem-vergelijking denken. Dat de idee van dit artikel U in de lijn van mijn werkzaamheid leek, bemoedigt mij. Hartel.groet, ook aan Mevrouw,
Hoogachtend,
Uw dw.
P.N. van Eyck