Donderdag 1912240
Hooggeachte Heer,
Hierbij zend ik U een artikeltje over Verhaerens Liefdeslyriek, ik hoop, dat het U zal kunnen bekoren. Naar U zult bemerken, ben ik ten slotte tot Uw idee van een algemeene boventitel teruggekeerd, en wanneer U er geen bezwaar tegen hebt, wil ik gaarne dezen titel aanhouden.241
Ik heb 't op 't oogenblik anders buitengewoon druk, ik had niet gedacht, dat de studie zóó veel was tegenwoordig. 't Zal nog wel iets langer duren, dan ik eerst dacht, vóór ik examen doe en ik begin mij diep te schamen, dat ik pas op het midden van mijn 7e jaar zal klaar zijn. Ik heb deze heele week een onaangename attaque van influenza, en die gelegenheid heb ik aangegrepen, om in mijn helderste oogenblikken mijn artikel over te schrijven, - als homoeopathisch geneesmiddel heeft het evenwel helaas niet gewerkt.
Blijft U bij Uw plan, mijn gedicht ‘David in de Spelonk van Engedi’ te plaatsen in 't Augustusnummer? Ik zou in elk geval wel gaarne in Juli de proef ontvangen, met het oog op de definitieve lezing van mijn bundel, die dan wel tot zoover zal gevorderd zijn.242 't Wordt minstens 250 pag., - ik vrees, dat ik heftige beschuldigingen krijg van overproductie en ik vind het verschrikkelijk een beschouwing te hooren als die stammeening van Gerretson: ‘als je zooveel schrijft, moet er veel minder goeds onderloopen,’ wat ik nog altijd niet inzie en een onverdedigbaar en gevaarlijk vooroordeel vind. Heb ik U reeds geschreven, dat Gerretson het plan had naar aanleiding van mijn artikel over Poëzie een dialoog te schrijven.243 Die kan dan altijd gevolgd worden, door 2 artikeltjes over onuitgewerkte onderdeelen van mijn eerste stuk, waar Gerretson 't vooral tegen heeft: de houding van een dichter tegenover den daimoon (ik heb deze laatste voortdurend als kracht gedacht, maar G. ziet hem anthropomorphisch, en vraagt nu, moet de dichter de vrouwelijke = zich overgeven-
de, of de mannelijke = zich verzettende houding tegenover hem innemen) en de sociale beteekenis van de kunstenaar.244 Hij vroeg mij nog, of U eventueel, naar mijn gedachte, plaats voor zulk een dialoog zoudt hebben.
Maar te lang heb ik U reeds opgehouden, en mijn pols begint krampig te worden. Met bel.gr. ook aan Mevrouw, en beste wenschen voor Uw gezondheid verblijf ik
Hoogachtend,
Uw
P.N. van Eyck
Columbusstr.223
Den Haag.
P.S. Ik heb uit les Heures du Soir meer dan naar gewoonte geciteerd, omdat 't boek allang uitverkocht is en de eerste twee jaar, meen ik, niet herdrukt wordt.245 Vindt U 't teveel citaten, dan kan ik er een of meer uit schrappen.