terug  begin  verderprepost

86.
Brief
.

Noordwijk a/Zee 7 Aug.s 12

Waarde Van Eyck,

De laatste acht dagen ongesteld geweest, weet ik toch niet of ik bij betere gezondheid je zending vroeger beantwoord had.258 Juist omdat ze een ‘novum’ beteekent, was ik niet rouwig er uitvoerig over te kunnen nadenken. Het stuk is een goed opgezet, goed ingedeeld, en klemmend betoog, waarbij allerlei aanvullende zoowel als schakeerende opmerkingen juist en fijn worden ingevoegd. Het eigenaardige ervan is, dat wordt uitgegaan van een etisch oordeel, dat evenwel geacht wordt in allen deele samen te vallen met een estetisch.259 Dat doet het in zooverre, zelfs meer dan wordt aangenomen, als ik voor mij de uitzondering voor het Saffo-vers niet maken zou Daarentegen zou ik Oude Wijn ... en Avondlicht ('t laatste iets minder grif dan het eerste) uit den heelen bundel om estetische redenen willen uitzonderen. De toon is voortdurend waardig. Eén plaats heeft, onbedoeld, een schijn van leedvermaak: B.heeft zijn gemis, waarschijnlijk onherroepelijk thans.260

Een gevaarlijk ding, vooral bij het beginnen van een rubriek is het stelling nemen vóór of tegen anderen, in het voorbijgaan. Men oordeelt dan niet vanuit het midden van zijn wezen, maar bij vergelijk met den schrijver over wien men het eigenlijk heeft, - en toch bindt men zich. Ik doel op v.d. Woestijne en Quérido [sic!]. De verwijzing naar v.d.Woestijne heeft zin, maar is onnoodig; bindt, waar dit voorloopig niet wenschelijk is. Die naar Q.is er bijgesleept. Bovendien bevat die laatste een term die op zichzelf verkeerd is: iemand's houding tegenover andere menschen heeft niets te maken met de menschelijkheid in zijn werk.261

[p. 154]

Hierover mondeling meer. Misschien zal een Augustusdag in Noordwijk je niet ongevallig zijn.

De tijd van plaatsing. Ga ik alleen te rade met mijn eigen debielheid van het oogenblik, dan mag ik tegen plaatsing in het Sept.rn r . geen bezwaar maken. Maar bij geregelde medewerking is het goed met wederzijdsche plannen en wenschen rekening te houden. Schrijf je dit jaar in het geheel drie artikelen dan is het beter een maand overteslaan. In elk geval laat ik het zetten en hoor inmiddels je meening.

Wat zeg je van Dr.Koster die in De Ploeg eens toonen zal hoe men Paradise Lost vertaalt, en in twintig regels van Boek XI minstens twee fameuze ‘Schnitzer’ maakt ! Toch zal die andere halve Engelschman, L.Simons, wel vinden dat zijn medewerker goed beslagen is.262

Hebt gij tijd een vertaling van Sophocles' Oedipus, die mij zeer goed lijkt, te vergelijken met het oorspronkelijk? Ik zend hem dan.

En nu je hand, waarde vriend! Zoo duidelijk die is na de 3de zoo onontcijferbaar is ze, zelfs voor mij nog bij een eerste lezing. In den hemel schrijven we allen op schrijfmachines.

Ik zal inmiddels den drukker mijn goeden raad geven.

Wees hartelijk gegroet.
Je
A.V.

[Hoewel de post in die dagen sneller was dan in die van ons en er bovendien meer bestellingen per dag uitgevoerd werden, lijkt een gelijke datering van een ontvangen en daarop antwoordende verstuurde brief een probleempje. Òf Verwey vergiste zich, òf Van Eyck. Het zal voor de eerste 6 of 7 augustus geweest moeten zijn en dan voor de ander resp. 7 of 8.

Ook in het tweede geval: donderdag 8 augustus was het nog op tijd om een afspraak te maken voor maandag 12 augustus in Noordwijk.]

258Die ‘zending’ was de kritische bijdrage over de bundel Carmina van P.C. Boutens.
259Het ‘etisch’ oordeel ‘... het gebrek aan ziel en liefde’, terwijl die twee begrippen herhaaldelijk aanleiding tot en onderwerp van de gedichten waren.
260Het cursieve heeft Van Eyck voor de publikatie in De Beweging VIII (1912), 4; p. 91 geschrapt.
261De vergelijkingen waarop Verwey hier het oog had, zijn eveneens uit de afgedrukte tekst verdwenen.
262De Ploeg. Geïllustreerd Maandblad o.l.v. L. Simons. Het was een uitgave van de door deze redacteur gestichte Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur te Amsterdam. In de vijfde jaargang (juli 1912-juni 1913) publiceerde Edw. B. Koster een breed artikel in twee stukken Over Milton. Het eerste staat op de pp. 14-22; het tweede op pp. 33-47.
Wat de ‘halve’ Engelsmannen betreft: Leo Simons (1862-1932) had lessen gevolgd aan de Kensington Art School in Londen alvorens in zijn geboortestad 's-Gravenhage en later in Delft zijn tekenopleiding voort te zetten. Edward B. Koster (1861 -1937) was in Londen geboren, studeerde in Leiden klassieke letteren en schreef Nederlandsche gedichten en essays.
prepostterug  begin  verder