terug  begin  verderprepost

L 15

Voorburg 6 November 1926

 

Beste vanEyck

We zijn nu alweer een veertien dagen thuis en omdat je me beloofd hebt, zoodra ik terug was, je nieuwen bundel te zenden, wacht ik niet langer met je te schrijven, want ik ben heel verlangend naar je boekje. Deze 14 dagen zijn voorbijgevlogen met vrienden opzoeken en allerlei verhalen doen, en met het weer inleven in de kou en de grauwheid van een herfstig Holland. Met dat al zou ik mijn polders mijn heide en bosschen toch niet voor het bontkleurig op blauwen grond geschilderde landschap van Italië willen ruilen. Soms gaf het daar een armmoedig gevoel geen i[n] zon en schaduw wervelend groen om je heen te hebben, en den zoom der wegen dik onder het stof te zien. Alleen het Toscaansche landschap waar ik van Sienna over Gimignano naar Florence in een auto doorheen reed vond ik subliem van statige stemming en oeroudheid. Het heerlijkst in mijn nagedachte leeft wel

[p. 105]

Venetië. Ik ben daar elf dagen geweest ook den tijd dien ik voor Verona bestemd had, heb ik daar opgebruikt. Ik kòn er niet vandaan. Ik had het gevoel dat mijn eigen wezen en de ziel van die stad elkander verwant waren. Met evenveel aandacht en droomerige verbazing als ik door mijn gedachten kan dwalen, doolde ik door dat warnet van straatjes, mansbreede steegjes, bruggen en doodloopende sloppen. Nog spannender was dat dan het varen in een gondel, maar dat was verrukkelijk van kleur [,]+ geluid en deining. Ik trof er prachtige luchten, waar ik tegen zonsondergang op de Riva degli Schiavoni naar ging kijken, ‘Turner’253 luchten met de zon achter een wolk, bruingezeilde barken in schaduw, La Guidecca in schaduw[,] S. Giorgio, en het Lido zoó in zon of ze [met] bloemen bedekt waren.

Maar de kunstdingen vond ik in Florence mooier. Ik schreef je toen ik Pitti nog niet had gezien, dus over Rafael bv en Perugino nog geen oordeel kon vormen. Hun beste werken zijn mooi vind ik. Wat schilderkunst betreft was Padua toch het hoogtepunt. Giotto is daar onvergelijkelijk, en Mantegna openbaart zich in de Eremitani254 wel als een van [de]+ allerbeste renaissanceschilders.

Ook ben ik dankbaar dat ik in Ravenna ben geweest. Zooals je zegt is daar het mozaiek veel schoner dan bv. in de San Marco, wat een statige innige vroomheid in de Romaansche kerken daar en wat een fonkelende pracht in de Byzantijnsche. Dàt waren Christelijke kerken, eigenlijk de eenige die ik in Italië zag. De eerste die we bezochten was de Dom in Como en daar deed het me al zoo wonderlijk aan, de beide Pliniussen naast den hoofdingang te ontmoeten, in Sienna bracht me dan weer, kijkende naar de op de vloersteenen geïncrusteerde voorstellingen (wat prachtig zijn die) van de Dom, een dans van faunen en centauren en een verheerlijking van Socrates255 in de war. Zoo bleef het doorgaan. Dikwijls vroeg ik me af, of eigenlijk in deze tempelkerken niet de oude heidensche godsdienst beoefend werd, pandaemonium, waarin dan nog een paar nieuwe goden, Christus, Johannes de Dooper en vooral Maria waren opgenomen. Meer

[p. 106]

nog dan aan de schilderijen en kerken heb ik aan de beelden gehad. Michel Angelo is een openbaring voor me geweest, hoe diep droevig is die Morgenschemering en hoe rustig toch hoe bezonken, dan ook de manhaftige Donatello, de beminnelijke Robbia, en Verrocchio met zijn Colleoni256 daar op dat pleintje in Venetië, zoo fier zoo sterk en zoo weloverwogen, dat je er ademloos voor staat.

Het is een grote verrijking geweest die reis, ik hoop dat er in mijn werk wat van bezinken zal.256a In Florence ben ik veel met vSchendel samengeweest, hij prees je laatste gedichten, hij vond die heel mooi.

Eergisteren heb ik Verwey opgezocht, prettig om hem weer te spreken, in den warwinkel van dezen verfilmden en verroomschten tijd257 is hij zoo iets kostbaars en onaangetasts.

Is je werklust weer teruggekomen? Heb je nog wat gemaakt? Ik heb zin in pro[za,] ik hoop maar dat deze winter me gunstig zal zijn.

Hoor ik weer eens gauw wat? Hartelijk met je vrouw gegroet ook [namens] + de mijne

 

je AartvdL

253J.M.W. Turner, 1775-1851, Engels landschapsschilder. In de loop der jaren werd zijn subjektieve interpretatie sterker, waarbij de vorm vervaagde ten gunste van licht en kleur. Hij wordt beschouwd als voorloper van de Franse impressionisten.
254A. Mantegna, 1431-1506, Italiaans schilder en graveur. ‘Eremitani’ is de naam van zijn fresco's in de Cappella Ovetari van de Eremitani van Padua.
255‘De Pliniussen’ zijn standbeelden van de uit Comum stammende Latijnse schrijvers Plinius de Oude en Plinius de Jonge aan het hoofdportaal van de dom in Como. De dom van Siena, met de bouw waarvan in 1229 begonnen werd, heeft een prachtige marmeren mozaïekvloer. Aan deze vloer is gewerkt van het midden der 14e tot de tweede helft der 15e eeuw en zeer beroemde kunstenaars hebben bijgedragen aan de totstandkoming ervan. In de overwegend klassieke voorstellingen doet de Renaissance zich duidelijk gelden. Onder meer zijn dansen van faunen en centauren uitgebeeld. Op een met bloemen overdekt eiland, hoog boven de zeespiegel, zit een jonge vrouw en reikt met de ene hand een palmtak aan Sokrates, met de andere een kistje vol juwelen aan Krates. Deze neemt een handvol parels en edelstenen en werpt ze verachtelijk in zee.
256Michelangelo's ‘Aurora’ en ‘Schemering’ zijn figuren op het graf van Lorenzo de Medici in de San Lorenzo te Florence. ‘Colleoni’ is een ruiterstandbeeld, gemaakt door Verrocchio, van Bartolomeo Colleoni, dat staat op de Campo SS. Giovanni e Paolo te Venetië.
256aDe Ital. reis is in Van der Leeuws nalatenschap vertegenwoordigd door 2 onuitgegeven dokumenten: één cahier bevat een uitvoerig reisverslag in netschrift; een ander, kleiner, wordt deels gevuld door het potloodklad van het grootste deel hiervan, deels door vóór de reis opgestelde opsommingen van bezienswaardigheden. In het eerstgenoemde geschrift leest men een beschrijving, uiteraard veel uitvoeriger en gedetailleerder dan in deze en volgende brieven, van wat Van der Leeuw in Italië heeft gezien en hoe hij e.e.a. heeft beleefd.
257Mogelijk is dit een uiting van ergernis over de opgang, die eerst het in 1922 gestichte tijdschrift Roeping, daarna het in 1925 gestarte tijdschrift De Gemeenschap maakten.
prepostterug  begin  verder