terug  begin  verderprepost

L 21

Hierden 20 Juli 1928

 

Beste vEyck

Je laatste brief kreeg ik in Hierden en ik ben er nog. Lang dit jaar, en heel wat voetsporen heb ik in bosschen, heiden, korenvelden en langs de Zuiderzee achtergelaten. God zegene de eenzaamheid, die zich hier in een van haar laatste vestingen terug heeft getrokken, en bescherme haar tegen de opdringende heidenen.

Ja, de prijs was een prettige verrassing, natuurlijk kwamen dadelijk reisplannen op. Voor dit jaar was Parijs al gekozen waar mijn vrouw nog nooit is geweest. Voor het volgende staan we tusschen Rome en Napels (de vorige maal kwamen we niet verder dan Sienna) èn Ierland.327 Dat is ook al lang een verlangen van me geweest. Wil je me er bij gelegenheid nog eens over schrijven. [?]+ Uit je brieven in de R.C. weet ik er al van, maar je moet me nog eens de beste tijd zeggen om er heen te gaan, en waárheen vooral. Het schijnt er veel slecht weer te zijn. Alle depressies waarmee we deze zomer zoo ruimschoots bedacht worden, schijnen daar door de leperkaens328 en andere kobolden te zijn gebrouwen.

[p. 135]

Het is gek nu die bekroning me even met zijn zoeklicht voor de menschheid zic[ht]baar heeft gemaakt, hoe ik dadelijk met allerlei onzinnigs verrast word, aanvragen voor handteekeningen onder afkondigingen, sympathie betuigingen van onmogelijke dichters, n.b. ten geschenke (‘van den schrijver’) Voordrachten over het Katholicisme voor niet-katholieken door Jac. van Ginneken, en het verzoek om het manifest dat een nieuw tijdschrift in moet luiden mede te onderteekenen. Ken je dat boek van vGinneken, een smakeloos prachtwerk slecht door Toorop geïllustreerd? En dan de wee- Jesuitische inhoud, in zoetelijke Begijntjes stijl. Wat de eerwaarde pater daarmee vangen zal, kan niet veel zaaks zijn. En het nieuwe tijdschrift? Je schrijft in je laatste brief ‘eigenlijk heb ik een eigen tijdschrift noodig’. Neen mijnheer, noodiger is, dat een viertal, mij tenminste totaal onbekende jongelingen (het meerendeel sc[h]ijnt redactieleden van het Amst. studentenblad propria cures te zijn) een periodiek doet geboren worden.329 Onder den zegen van Dirk Coster zooals ze zeggen. Het manifest is een verzameling van gemeenplaatsen en in de bijgaande brief wordt verzekerd ‘mocht U event. eenige wijzigingen wenschen in de text dan zullen wij daaraan naar mogelijkheid tegemoet [k]omen.’ Manifesten, tijdschriften, belijdenissen, richtsnoeren, en zoo goed als geen enkel mooi gedicht, laat staan nog proza. Het wordt tijd voor een ordenende hand, tw. voor joúw tijdschrift.

Ja wat is Hölderlin verrukkelijk. Ik heb altijd veel in hem gelezen, en hem op een plaats vlak naast George in mijn hart gesloten. Je zag zijn portret ook (van George)330? Wat lijkt hij oud en moe. Zwijgt hij uit moeheid, of heeft hij niets meer te te voegen aan zijn figuur? En wat voor een figuur toch! De eenige die nog in aanmerking komt, om met hem vergeleken [te] worden is Rilke, maar hoe klein staat die naast het verheven priesterbeeld van den andere, en hoe onmuzikaal klinkt zijn vers als je van de heerlijke hymnen van George hebt genoten. Van de moderne dichters is hij wel een van mijn allerliefste.

‘Ik en mijn Speelman’ schijnt goed gegaan te zijn. Er is al een tweede druk ter perse (dus toch nog duizenden in honderden kunnen veranderen). In het

[p. 136]

najaar komt van Vluchtige Begroetingen ook een 2o druk.331 Heb jij wat onder handen, schrijf me dat eens.

Ons beider hartelijke groeten ook aan je vrouw

 

je

AartvdL

327Geen van deze plannen is doorgegaan.
328Een ‘leprechaun’ is een kleine, schalkse kabouter uit de Ierse folklore. Gewoonlijk wordt hij voorgesteld als schoenmaker. Naast zijn lappersbezigheden bezit hij aarden potten, waarin schatten begraven zijn. Als een ‘leprechaun’ gevangen wordt, kan hij gedwongen worden zijn geheime verblijfplaats aan te wijzen. Voorwaarde hiervoor is, dat men hem geen ogenblik uit het oog verliest.
329Om te achterhalen welk tijdschrift Van der Leeuw hier bedoeld kan hebben, heb ik geraadpleegd: Nieuwsblad voor den boekhandel, Brinkman's katalogus, Sijthoff's adresboek voor de boekhandel, Propria Cures en De Stem. Nergens heb ik een duidelijke aanwijzing kunnen vinden over de betreffende periodiek. Het ts. Nu komt niet in aanmerking: het eerste nummer, dat nogal wat opschudding veroorzaakte, verscheen reeds in oktober 1927; het werd geredigeerd door A.M. de Jong en Israël Querido. Ook Rythme was medio 1928 al enkele nummers oud. Dit blad had overigens wel de goedkeuring van De Stem, getuige een bespreking door Dop Bles, jrg. 8 (1928), p. 47-48, waarin hij het ‘gaarne een welgemeend welkom’ wenste.
330De N.R.C. van 12 juli 1928 bevatte een artikel over Stefan George, 1858-1928 door R.G. Binding, met portret.
prepostterug  begin  verder