terug  begin  verderprepost

L 35

Hulshorst 17 Juni 1930

Hierden ‘de Keet’

 

Beste vanEyck

Het is eigenlijk even moeielijk om uit verluiering op te duiken als [u]it de geweldigste drukte. Hier bén ik verluierd, het weer is hier nu al twee weken aan een stuk mooi, de dennen geuren bedwelmend, mijn boek432 is af, en mijn eenige geestelijke voedsel bestaat uit een paar Engelse detectiveromans. Je hebt mijn Opdracht zeker ontvangen? Nijgh heeft er een [s]oort luxeuitgaaf van gemaakt, bar duur,433 maar de heele oplaag is al geplaatst. Hoe vindt je de uitvoering? Misschien wat overdadig? Maar ik vind ze toch wel aardig. Ik heb mijn roman toch ook maar aan Nijgh gegeven. Hij deed een heel goed bod. Trouwens hij behandelt me altijd heel netjes en ik heb me nooit over hem te beklagen gehad. Hoe nu Opeens van hem vandaan te gaan.[?]+ Dat ik dit indertijd van Mees deed, had wel degelijk reden.434 Het spijt me natuurlijk voor Mea; maar het is niet waar, dat ik ze met niet verkoopbaar werk opgescheept heb, en ze toen heb laten zitten. Op al mijn boeken hebben ze verdiend en op de Gezegenden zelfs goed wat. Als er een verliezende partij was, dan was ík dat. Ik vind dat alle[s] erg jammer en zou Mea graag een plezier doen, maar voor niets zoo'n machtig uitgever als Nijgh te laten schieten is toch ook geen kleinigheid.

Ik heb met veel genot de derde aflevering van Leiding gelezen. Je stuk over Verwey435 is uitstekend. Me dunkt ook dat je gelijk hebt met wat je over je manier van werken zegt. Naar aanleiding van dit deel halve eeuw zou ik je ook mijn bedenkingen [ni]et hebben geschreven; maar bij dat stuk over Stort lijkt me toch nog dat de gedachten uitbouw ervan te breed en te groot is geworden in verhouding tot de opdracht die door het boek werd gegeven. Dat is bij je halve eeuw nooit het geval. Ook je literaire kroniek over ‘Vernieuwwingen’436 is volkomen juist. ‘De dikke damp, die onze Amersfoortsche nevel-

[p. 185]

god al zoo rijkelijk over onze poezie verspreidde..’437 Daar staát hij, maar zoo'n zin is voor jou eigenlijk taboe. Ik begrijp het wel dat je vindt dat je proza slechts bij hooge uitzondering dichterlijk mag zijn. Ik aanvaard dat ook en dwing mijn wezen er toe om je op deze wip te volgen. Ik doe dat graag en de belooning blijft nooit uit, maar niet makkelijk is 't somtijds voor iemand voor wien nog altijd de dichtregels gelden:

 
‘Ik kan geen gedachte bedenken
 
Die niet in het zichtbaar verband
 
Van vormen me tot zich komt wenken.’438

Toch kan ik je vaak benijden om de gemakkelijkheid waarmee je je denken in zijn zuivere innerlijkheid, zonder marmer of beitel ervoor noodig te hebben, kunt neerzetten. Dat stuk van prof Boeke439 las ik ook met groote interesse. Ik had juist een werk v[a]n v Uexkull onder handen gehad en er ook dergelijke bedenkingen tegen gehad als Boeke oppert. Trouwens die behoefte aan synthese in plaats van analyse vindt je op alle gebieden (ook in psychoanalyse wat de Zwitsersche school zooveel sympathieker dan die van Freud maakt.)

Het opstel over Gezelle is ook mooi en prettig om te lezen.440 Aardig dat de Stoppelaar weer eens opduikt,441 ik hoorde dat ook Labberton van plan was om je verzen te zenden.442

We spreken en denken veel over onze Engelsche reis (maar Toos moet er goed genoeg voor zijn). Wat lijkt je de beste tijd ervoor? Ik heb ook verreweg het meeste verlangen naar het zien van de natuur om Londen (hoe aanlokkend was ook je beschrijving van je reisje naar de Moors in de RC[)]+.443 Natuurlijk

[p. 186]

willen we ook graag de musea zien. Als je eens een oogenblik tijd hebt, zou je dan niet eens een plan voor ons op kunnen stellen, een dag of acht of tien beslaande (wel met af en toe smiddags wat rusten). Dat zou prettig zijn. Avonduitgangen hoeven er niet veel bij, mijn gehoor sluit de meeste uit en voor Toos zijn ze ook te vermoeiend. Kan je ook een pension of hotel aanbevelen? Niet te duur maar waar je ook niet met andere menschen te maken hebt.

Ik ben verlangend daar nog eens allerlei van te hooren. Als het kan wacht dan niet te lang. Het is zeker het beste met de Zeeland over te varen?

Is het in Londen ook zoo warm?

Je zit zeker al in de drukte over je Juliaflev. Daar komt immers geen ‘halve eeuw’ in?

Nu, met je vrouw hartelijk van ons beiden gegroet

 

je

AartvdL

432Nl. De kleine Rudolf .
433Op de buitenkant van De opdracht is groen gebruikt voor naam, titel en een lijnenfiguur. De titelpagina en de rest van het boek zijn verlucht met geel. Het colofon vermeldt, dat de band- en typografische verzorging van J.B. Heukelom is. Zie ook noot 448. De prijs van deze luxe uitgave bedroeg ƒ4,90.
434Zoals Mevr. M. Nijland-Verwey mij vertelde waren de redenen van financiële aard. Van der Leeuw heeft toen Ik en mijn speelman door Nijgh en Van Ditmar laten uitgeven.
436Deze dichtbundel van H. Roland Holst-Van der Schalk is in november 1929 verschenen bij W.L. en J. Brusse's Uitgeversmij. te Rotterdam.
437Van der Leeuw haalt deze zin aan uit Van Eycks kroniek over Vernieuwingen . Met ‘onze Amersfoortsche nevelgod’ is Dirk Coster bedoeld, die toen in Amersfoort woonde.
438Dit zijn regels van Van der Leeuw zelf. Zij vormen met de beginregel ‘Een purperen bloem in mijn hand...’ de eerste strofe van het gedicht Zinnebeeld uit de bundel Herscheppingen, afdeling ‘Bekentenissen’; Verzamelde gedichten, p. 112.
439J. Boeke, Analyse en synthese in de biologie in Leiding mei 1930, p. 227-288. Hierin bespreekt Boeke o.a. de leer van de ‘Impulssystemen’ van Von Uexkull; volgens Boeke ‘bemoeilijkt’ Von Uexkulls theorie ‘eigenlijk het begrijpen van de levensverschijnselen’.
440Zie noot 408.
441J.J. de Stoppelaar, die ook aan De Beweging had meegewerkt, publiceerde in het meinummer vijf gedichten: ‘Somewhere in Java’, Herdenk dien dag, als gij zijt heengegaan en lang daarna, Een zwerver, heer!, (Terug in 1919). Deze gedichten waren ‘Voor P.N. van Eyck’.
442Mr. J.H. Labberton, 1877-1955, dichter en essayist, schreef onder het pseudoniem Th. van Ameide. Er hebben van hem geen verzen in Leiding gestaan.
443Als onderdeel van een serie reisbeschrijvingen in de N.R.C., schreef Van Eyck op woensdag 21 mei 1930 onder de titel ‘Glorious Devon’ over ‘Een uitstap naar een der fraaiste Engelsche graafschappen. De badplaats Torquay. De mooie heiden en moerassen van Dartmoor. Een onovertroffen landelijke idylle’.
prepostterug  begin  verder