terug  begin  verderprepost

L 37

Voorburg 17 Augustus 1930

 

Beste vanEyck

Prettig je brief, het lijkt nu of ons reisplan alweer vaster vorm aanneemt. Alleen moet het ritme van het weer een beetje vaster worden, want om met regen en wind in Londen te zitten lijkt me toch niet aanlokkelijk. Neen, ik ben er nooit geweest, land er dus als een kat in een vreemd pakhuis aan, en nu mag ik al evenmin een sight seeer van aanleg als jij zijn, in acht dagen, want heel veel langer zullen we er niet stil kunnen zijn, moet je toch je ogen wijdopen doen, wil je een beetje een indruk krijgen. Verwey is ook nog in een hotel geweest. Thackerey [lees: Thackeray] hotel meen ik dat hem beter is bevallen dan wat jij noemt: maar dat hoor ik nog wel van hem, ook de prijzen.

Toch zijn er nog een paar dingen die ik graag van je wilde weten. We dachten in de tweede helft van September te gaan, is dat over het algemeen (weer etc) e[en] goede tijd om in Londen te zijn?

Ik geloof dat we bij het Liverpool Station aankomen, dan is het zeker het beste een auto naar het hotel te nemen (waarschijnlijk in de buurt van het British Museum), of is dat te ver weg? Ik weet natuurlijk van afstanden niets. Wat is het meest aanbevelingswaardige vervoermidde[l] bussen, taxi's of underground.

[p. 192]

Zeker naar gelang van den afstand? Zou het kunnen, als we je samen den avond, volgende op den dag van aankomst op kwamen zoeken (of zijn er maar weinig avonden, dat je vrij bent, mogelijk is het dat we Maandag 15 Sept. op reis gingen, het zou dan Dinsdag 16 S. moeten wezen, maar we kunnen ook een anderen dag vertrekken) dan kunnen we je mondeling nog vragen doen. Ja Oxford lijkt me prachtig om te doen, ook de tuinen die je opgeeft, graag ook willen we eens een keer van je auto gebruik maken, maar we willen het je niet lastig maken, ik weet hoe hard noodig je je tijd hebt. Je kunt ons dan ook nog opgeven welke char à bancs tochten de mooiste zijn, want een indruk van de natuur daar te krijgen is voor ons het voornaamste. Moeten de kamers in een hotel of pension vooruit worden besproken, en is er nog een voorkeur voor voor of achterkamers (of is het lawaai daar snachts niet zoo oorverdoovend als in Parijs (dat met het oog op de ooren van mijn vrouw, niet op de mijne). Wanneer is het in Londen ongeveer dinnertijd? Kan je als lunch ook brood etc. zooals hier krijgen. Het lastige is altijd dat mijn vrouw een absoluut vegetariër is en ik omgekeerd. Op onze Italia[an]sche reis veroorzaakte dat veel last.

Tot zoover de reis, je hebt zeker wel tijd om me hierop nog in het kort even te antwoorden. Ik zond nog een briefkaart450 naar Londen, niet wetende dat je in Bergen was. Die ontving je zeker niet. Ik moet ook, wat de tijd van ons gaan betreft, een beetje zekerheid hebben, omdat ik m[et] het oog op de correctie van mijn nieuwe boek een schikking zal hebben te maken.

Ja je hebt wel gelijk wat het uiterlijk van de Opdracht aangaat. Nu ik het boekje wat langer in mijn bezit heb vind ik vooral ook die eerste bladzij veel te druk. Ik houd ook meer van een sober boek, maar ik heb er geen stem in gehad. Oorspronkelijk had ik de Opdracht voor een klein uitgaafje van de Waelburgh bestemd.451 vd Waals had me daarom aleens gevraagd. Ik gaf hem dan ook de schets daarvoor, maar hij schreef me dat Nijgh het zelf wilde hebben. Ik had daar geen bezwaar tegen maar wist niet dat er zoo'n dure en pompeuze uitgave van zou komen. Nijgh heeft de oplaag geheel geplaatst maar het is de vraag [o]f de boekhandel het boekje gauw kwijt raakt. Ook Jacques Bloem was niet over de wijze van uitgave te spreken (het verhaal zelf vond hij een van mijn beste dingen). Ja Verwey maakte evenals jij de opmerking van een te sterk doorgevoerde symboliek. Het gekke is, dat ik me daar nooit bewust van geweest ben,

[p. 193]

en het absoluut niet met opzet heb gedaan. Ik geloof dat ik nooit een stuk zoo onbewust heb geschreven als dit. Ik had de griep onder de leden, had koorts, zoo heb ik het voornamelijk gemaakt, en had het eerst nog den bijtitel van ‘een koortsdroom’ willen geven. Misschien dat er daarom onsamenhangende dingen in zijn: maar dat is bv. ook het geval in een film van Chaplin, en ik meende dat het in dit geval niet eens noodig was, dat ik zelf alles precies begreep. In elk geval een bewuste allegorie heb ik in dit stuk niet willen geven. Dat vraagstuk van de verhouding van een dichter een droomer tot de samenleving houdt me al jaren bezig. Valentijn roept minachtend: de werkelijkheid! (de maatschappelijke bedoel ik) en haalt er de schouders voor op,452 de man uit mijn Opdracht stort er zich middenin en wordt er machteloos blindelings door meegesleurd, de kleine Rudolf worstelt ermee en behaalt een overwinning[.W]aarschijnlijk geven de bochel van Valentijn, de don Quichotfiguur van de Opdracht meer [dan]+ de dwergachtige gestalte van Rudolf hun gebrekkigheid tegenover de feitelijke wereld te kennen. Altijd een moeielijk vraagstuk voor een dichter, vooral als het niet in je aard ligt om het op te lossen op de manier van een Verlaine, DeQuincey[,]+ Coleridge, Poe, Jongkind[,]+ vGogh453 en zooveel anderen. Het is typisch dat menschen, die evenals ik schutterig in het maatschappelijk leven staan, dat verhaaltje van den rondrennenden man erg goed gouteeren. Zelf kan ik er de waarde nog niet goed van bepalen al heb ik het met entrain geschreven. Jacques heeft jou ook over de Precious Bane geschreven. Dít boek van Mary Webb ken ik toevallig niet, maar me dunkt dat P.B. verdoemde monnikskap beteekent,454 een titel die natuurlijk onbruikbaar is. Wat heb jij

[p. 194]

ervan gemaakt? Benieuwd hoe Jacques' vertaling zich zal laten lezen.455 Ik kan h[et] me begrijpen dat je Leopardivertaling mooi wordt gevonden. Ik heb de gedichten herhaaldelijk gelezen en voorgelezen. Misschien brengen ze je tot eigen dichtwerk. Ikzelf zou graag ook weer poezie maken maar het verdwijnen van de natuur hier hindert me toch zoo. Alles maakte ik buiten wandelend, en dat is nu onmogelijk geworden. Maar afwachten of er misschien een andere bron wil ontspringen.

Nu je antwoordt nog wel even op de paar vragen. Blijf je lang in Bergen? Hartelijk beiden door ons beiden gegroet

 

je

AartvdL

450Blijkens Van Eycks brief van 15 augustus begon zijn vakantie op 8 augustus. De briefkaart die Van der Leeuw nog naar Londen gestuurd had, kan niet die van 20 juli zijn. De bewuste briefkaart, die op of enkele dagen na 8 augustus gestuurd moet zijn, is niet bewaard.
451Laurens Theodoor van der Waals, geb. 1885; leidde de uitgeverij ‘De Waelburgh’ te Blaricum en was direkteur van Nijgh & Van Ditmar. Van der Waals is ook dichter. Hij schreef lyriek van een stil meditatief karakter, waaruit een zuiver natuurgevoel spreekt, en die weinig de aandacht heeft getrokken. Met Adama van Scheltema redigeerde hij het maandblad Orpheus (1923-1924). In De Gids van april 1925 was van zijn hand een studie verschenen over Het proza van Aart van der Leeuw .
452Van der Leeuw parafraseert hier een passage uit hoofdstuk 44 van Ik en mijn speelman: ‘Van de stad, waarheen we op reis zijn, en mijn twijfel over haar bestaanbaarheid’. Aan het einde van dat hoofdstuk vraagt Claude: ‘“Valentijn, en dan de werkelijkheid?” “De werkelijkheid!” riep hij geërgerd en haalde medelijdend de schouders op’. In een niet teruggevonden brief aan Verwey schreef Van der Leeuw, dat Valentijns reaktie ‘de kern van het boek’ uitmaakte. Zie Hulsker, p. 293.
453P. Verlaine, 1844-1896, Frans dichter. Th. De Quincey, 1785-1859, Engels essayist. S.T. Coleridge, 1772-1834, Engels dichter, filosoof en criticus. E.A. Poe, 1809-1849, Amerikaans schrijver. J.B. Jongkind, 1819-1891, Nederlands schilder en aquarellist. V.W. van Gogh, 1853-1890, Nederlands schilder, tekenaar en graficus. Geen van hen kon zich aanpassen aan of verenigen met de bestaande maatschappij. Zij hebben getracht de daardoor ontstane konfliktsituatie op te lossen door zich van de maatschappij af te wenden en een ‘onmaatschappelijk’ leven te leiden.
454Van der Leeuw maakt hier een vergissing. Een vergissing die overigens niet onbegrijpelijk is. Het Engelse ‘bane’, dat vergif betekent, komt voor in de namen van verschillende schadelijke of giftige planten, bijvoorbeeld ‘baneberry’, ‘banewort’ ‘henbane’ en ook in ‘wolf'sbane’, een plant die in het Nederlands gele monnikskap wordt genoemd en die zeer giftig is. ‘Precious’ kan behalve kostbaar ook verdoemd betekenen. Er bestaat echter geen plant, die in Engeland de naam ‘precious bane’ zou dragen. Evenmin is verdoemde monnikskap een Nederlandse benaming voor een bestaande plant. J.C. Bloem heeft de streekroman van Mary Webb vertaald onder de titel Kostbaar gif, een vertaling, die in overeenstemming is met de inhoud van de roman. De hoofdfiguur van Precious Bane raakt namelijk zozeer in de ban van geld, dat hij er als 't ware door vergiftigd wordt.
455De vertaling van Precious Bane door Bloem is met een inleiding door Augusta de Wit in december 1931 door de Mij. tot verspreiding van goede en goedkoope lectuur (Wereldbibliotheek) te Amsterdam uitgegeven.
prepostterug  begin  verder