terug  begin  verderprepost
[p. 224]

Illustraties

De originelen van de door Hein de Bouter vervaardigde reprodukties en faksimile's in deze uitgave berusten in het Letterkundig Museum te Den Haag.

P.N. van Eyck, omstreeks 1925 12
Aart van der Leeuw, omstreeks 1930 13
Laatste gedeelte van de brief door P.N. van Eyck aan Aart van der Leeuw van 4 juni 1925 (verkleind) 38-39
Uit de kopij voor de bundel ‘Inkeer’ (1922) door P.N. van Eyck 48
Korrespondentiekaart door Geerten Gossaert aan P.N. van Eyck, juni 1925 52
Omslag van het tijdschrift De Witte Mier 61
Blad 1 en 2 van het verweerschrift door P.N. van Eyck, gepubliceerd in De Witte Mier 62-63
A. Roland Holst, geportretteerd in 1941 door Gisèle Waterschoot van der Gracht 65
J.C. Bloem 69
M. Nijhoff met zijn zoon Wouter 77
Laatste gedeelte van de brief door Aart van der Leeuw aan P.N. van Eyck, met het gedicht ‘De knaap’, van 12 december 1925 80
Westeinde 140 en 142 te Voorburg; sinds 1907 woonhuis van Van der Leeuw, eerst nr. 142, daarna, tot zijn dood, nr. 140 84
Dirk Coster 87
Bladzijde uit het typogram dat de grondslag vormde voor de tweede druk van de bundel ‘Inkeer’ (1927) door P.N. van Eyck 91
Albert Verwey 99
Handschrift van ‘Het lichaam’. Van der Leeuw wijzigde de titel in ‘De bader’ voor de bundeling in ‘Het aardsche paradijs’ (1927) 114-115

[p. 225]

Uit de bundel ‘Het aardsche paradijs’ (1927) door Aart van der Leeuw 120-121
Briefkaart door P.N. van Eyck aan Aart van der Leeuw, 23 juli 1928 137
Brief door Aart van der Leeuw aan P.N. van Eyck, 5 januari 1929 140-143
Bladzijde uit de bundel ‘Herwaarts’ (1939) door P.N. van Eyck, met potloodaantekeningen door de dichter 169
Brief door P.N. van Eyck aan Aart van der Leeuw, 26 mei 1930 (verkleind) 181-182
Briefkaart door Aart van der Leeuw aan P.N. van Eyck, 20 juli 1930 188-189
Van Eycks echtgenote, mevrouw Nelly van Eyck-Benjamins 200
Van der Leeuws echtgenote, mevrouw Toos van der Leeuw-Kipp 201
Eerste druk van ‘De kleine Rudolf’, 1930, met bandontwerp van Leo Gestel 206

prepostterug  begin  verder