terug  begin  verder

[p. 261]

[Op de flank; de helling]

 
Op de flank; de helling.
 
Schaal breekt; de Sporaden zich.
 
Regen uit een wolk van pijlen.
 
 
 
Onrust in het winternest.
 
 
 
Iemand zich uitrekte,
 
en uitrekte, en uitrekte,
 
en zich bestorven wist.

terug  begin  verder