[p. 293]
Hommage à François Couperin
[p. 295]
[Voor zover het oog reikt]
Voor zover het oog reikt,
is het afzonderlijke gezien.
In hoeverre word ik gedacht,
als ik vaststel dat ik nooit
bestaan kan hebben.
Wie liegt waait weg;
woorden betekenen niets.
Wie de waarheid spreekt,
is zelf een Kretenzer.