[p. 299]
[Wat het zich aan mij]
Wat het zich aan mij
ontbreekt, breekt door
als er niets aan de hand
is: als de herfsttijloos
is weer krokus
aan het zijn;
het glas raakt vol,
tot aan zijn kim
van vergetelheid
vervuld en spiegeling;
de gang van de schroef
die zonder worm is, in de
tanden van het tandwiel
grijpt dat eerst daar-
door wormwiel is.