[p. 305]
[Alles wat ik aanraak]
Alles wat ik aanraak,
wordt door mij aangeraakt
en krijgt van geworden
treurigheid de allure.
Zoals je daar staat, zoals
ik hier zit, stond ik ook
daar en zit jij hier ook.
Naarmate het lichter wordt,
en het vlees mondiger,
gaat ook deze bron op
in wat er aan zulke
lippen nog over is.