[p. 307]
Aangeraakt
[p. 309]
[Zodra het leed is geleden]
Zodra het leed is geleden,
mag kalfje de put delven
en kunnen de kippen op stok.
Niemand verdrinkt tweemaal,
bij dezelfde rode steen,
in dezelfde rode rivier.
Zelfs iemand die over meerdere
paraplu's beschikt, wacht zelden
met ongeduld op de herfstregens.
Met het andere touw moest ik iets
zien vast te binden waar rook uit
komt, en dat nooit meer los mag.