terug  begin  verder

[p. 311]

[Eenmaal in zijn doen gekomen]

 
Eenmaal in zijn doen gekomen
 
is dat wiel niet meer te
 
houden: het boze paard
 
in hem is losgebroken.
 
 
 
Terwijl de oever
 
brandt, omdat zijn hoektand
 
brandt zolang het zegel
 
brandt, verraad ik
 
door te hoesten
 
mijn aandoening.
 
 
 
Juist een blinde moest zulke
 
mooie wimpers hebben als hij
 
zich vooroverbuigt, tastend
 
naar de halsslagader
 
in je zwanehals.

terug  begin  verder