[p. 312]
[Ik sliep nog]
Ik sliep nog,
toen ik onwillekeurig
al begon te lachen om zo-
veel dwaasheid om niets:
Alcibiades, Alcibiades
dromerig. Sokrates echter,
op het punt om met open
ogen het keldergat in
te struikelen, Sokrates
besloop plantaardigste koude.
Zo wilde het immers de dai-
moon die hem tot zich nam;
hem zelfs nu nog meesleurt
door alle slachthuizen
die zo'n vernietigend
trefpunt rijk is.