terug  begin  verderprepost
[p. 89]

Het belang.t

1‘Wat zucht gij, mijne ziel! - Waarom zoekt gij kristallen beeken1 2in de wildernis en onvermengde zaligheden bij schepsels van stof?2 3- Waarom vordert gij van dit leven, wat slechts de eeuwigheid 4geven kan? - IJl te rug, onsterfelijke! eer u eene bedrieglijke hoop4 5door den doolhof van aardsche wenschen leidt, die nooit tot genot 6rijp worden, zonder nieuwe en ongestuimer wenschen voorttebrengen6 7- Te rug van uwe vlucht door het ongebaande oneindige! -7 8De gelukzaligheid stroomt uit geen geschapen bron.’ -1-88

[p. 90]

9o Mijn Vriend! hoe diep gevoelt mijn hart op dit oogenblik de 10waarheid van deeze uitspraak. - Wie kon zich immer het waar10 11geluk op dit beneden rond beloven, zo het Eduard niet is na den11 12vond eener julia? - Ach, mijn Vriend! - deeze julia zal ik nooit11-12 13als mijne Echtgenoote aan deezen boezem drukken - nimmer zal zij 14aan mijne borst vernachten. - - o Gij! die alle uwe schepselen14 15poogt gelukkig te maken, Bron van alle Liefde! - Gij boodt mij het 16edelst geschenk aan - reeds nadert mijne van dankbaarheid be-17vende hand tot u - ach! een ongevoelig Natuurgenoot ontrukt mij17 18op eens alles! - en wie is die ontmenschte sterveling? De Vader18 19mijner julia - een Vader, die zulk eene dochter niet waardig is. 20Hoe! hij kent de tederheid van haar hart - haare gevoelvolle ziel - 21en poogt haar geluk aan aardsche grootheid opteofferen? - julia21 22eenen Echtgenoot kiezen, die zich door niets dan verachtlijk goud 23aanbeveelt! - Neen, wreede Vader! - Gij kunt mijnen weg met22-23 24doornen bezaaien - julia eerbiedigt, zelfs in een onmenschelijk 25bevel, den oorsprong van haar leven - nimmer, ach! nimmer25 26schenkt zij mij haare hand als gade! - dan, verwacht ook niet dat26 27die hand zich aan eenig sterveling geeft, dien zij niet gelukkig zou 28maken - en, wien kan zij dit doen dan Eduard, die alleen voor zulk28 29eene zaligheid geboren, door u, zo onuitspreeklijk rampzalig wordt! 30- o mijne julia! - onze harten, onze liefde zijn boven alle geweld30 31verheven - geen zweem van vrees zelfs ontrust mij omtrent uw hart31 32- voedt waare liefde, die nooit dan op zuivere achting rust, ooit een32 33beledigend wantrouwen? - maar welk eene lange onafzienlijke 34keten van heil wordt ijlings van een gereten? - Welk eene zalige34

[p. 91]

35maatschappij verbroken? - Eduard zal dan nooit den dierbaaren35 36naam van Vader horen? - en de tedere betrekking van Moeder is36 37voor de gevoelvolle julia voor eeuwig verloren! - Geen rij van 38spelende wichtjes zal ooit onze knien omarmen - onder onze38 39vreugdetraanen opgroeien - de troost van onzen ouderdom zijn 40- eens onze oogen sluiten - en dan - op ons vereenigd stof40 41wenen! - op ons vereenigd stof! - - Mijne julia! - Welk een 42geluk is voor ons verloren! - Ten minsten beminnen wij - en een42 43oogenblik in uwe tegenwoordigheid verspreidt zaligheid over een 44geheel vak van mijn leven - o verdubbelen wij deeze oogenblikken!44 45- smaken wij dan met stromende gewaarwordingen ons heil - en45 46zo ooit een onwillige blik in een verschiet, dat voor ons gesloten46 47is, traanen uit onze oogen perst - zo wij dan spraakloos naast 48elkanderen zitten en op het stof staren - julia! herinneren wij ons48 49dan onder duizend zuchten: Neen! de gelukzaligheid stroomt uit 50geen geschapen bron! -

 

* * *

tHet belang: Bedoeld wordt hier het materiële belang dat Julia's vader beoogt. De liefde van Eduard en Julia zelf is in dit opzicht bij uitstek belangeloos.
1kristallen beeken: een symbool van de eeuwigdurende gelukzaligheid (vgl. Statenvertaling, Kantt. bij Openbaring 22:1).
2wildernis: woestijn. De voorstelling van de wereld als een wildernis in deze betekenis komt op verscheidene plaatsen in de Bijbel voor. In samenhang met stromend water zie bijv. Jesaja 35:6, 43:19, 20.
onvermengde zaligheden: zuiver geluk.
4onsterfelijke: nl. de ziel (r.l.).
6ongestuimer: onstuimiger.
7het ongebaande oneindige: De onbegrensde wereld van de wensdromen? De ziel wordt gemaand terug te keren naar de realiteit (de gebaande eindigheid).
1-8‘Wat zucht gij ... bron’: De tussen aanhalingstekens geplaatste woorden zijn een vertaling van het begin van Wielands ‘Hymne auf die Allgegenwart Gottes’, uit de in 1756 verschenen bundel Hymnen auf die Allgegenwart und Gerechtigkeit Gottes (in 1758 opgenomen in Wielands Prosaische Schriften). Het origineel luidt: ‘Was seufzest Du, meine Seele? Warum suchest Du krystallene Bäche in der Wüste und unvermengte Seligkeiten bei Geschöpfen von Staub? Warum forderst Du von diesem Leben, was nur die Ewigkeit geben kann? Eile zurück, Unsterbliche, ehe Dich eine betrügerische Hoffnung durch den Irrgarten irdischer Wünsche leitet, die nie zu Genuss reif werden, ohne neue und ungestümere Wünsche zu gebären! Zurück vom Flug im ungepfadeten Unendlichen! Glückseligkeit strömt aus keiner erschaffenen Quelle.’ (Aangehaald naar Wieland's Werke, Berlin, Gustav Hempel, z.j. 40er Theil, p. 665.)
8De gelukzaligheid ... bron: De gelukzaligheid komt niet voort uit een geschapen (d.w.z. aardse) bron, m.a.w. het zuivere geluk is niet van de aarde.
10immer: ooit.
11beneden rond: het ondermaanse, de aarde.
11-12den vond: het vinden.
14vernachten: de nacht doorbrengen.
17Natuurgenoot: medemens.
18ontmenschte: onmenselijke, van zijn menselijkheid beroofde.
21aardsche grootheid: wereldse pracht, status.
22-23die zich door ... aanbeveelt: d.w.z. die geen andere verdiensten heeft dan dat hij rijk is.
25den oorsprong van haar leven: nl. haar vader.
26dan: doch.
28alleen: als enige.
30geweld: dwang.
31ontrust: verontrust.
32voedt: kweekt.
34keten van heil: aaneenschakeling van geluk; er is samenhang tussen iedere schakel.
ijlings: plotseling.
van een gereten: gescheurd, (hier) gebroken.
35maatschappij: samenleving, nl. die van Eduard en Julia.
36betrekking van Moeder: moederschap.
38wichtjes: kindertjes.
knien: knieën.
40op ons vereenigd stof: op ons gemeenschappelijke graf (Eduard en Julia hopen in hetzelfde graf begraven te worden).
stof: stoffelijk overschot.
42Ten minsten beminnen wij: (hier) in ieder geval beminnen we elkaar.
44vak: tijdvak.
45stromende gewaarwordingen: gevoelens die ons doorstromen.
46onwillige: onopzettelijke, onwillekeurige.
verschiet: toekomst.
48stof: d.w.z. het aardse.
prepostterug  begin  verder