terug  begin  verderprepost
[p. 100]

Julia aan Eduard.

1Ik weet het, mijn Beste! gij bemint mij zo zuiver als men op aarde 2ooit bemind heeft - Onze zielen kennen haare onderlinge waarde en2 3wij vinden het ligchaam slechts in zo verre bekoorlijk als deszelfs 4trekken de gevoelens van de ziel aan onze oogen vertonen - Beide 5zijn wij overtuigd, dat onze liefde niet dan verliezen kan bij het meer5 6stoffelijke, dat er zich immer in vermengen moge. Het nam er met dien6 7fijnen wellust van 't gevoel, die de Engelen met de menschen gemeen 8hebben, de waarde van weg - en met onze onschuld verloren wij6-8 9alles! - - Ik geloof het, mijn Eduard! - de deugd heeft haare 10wortels diep genoeg in ons hart geschoten om nooit voorbedach-11telijk te vallen - Onze onschuld is boven alle geweld verheven -10-1111 12ach! is zij het ook boven alle verzoekingen? - Eduard! herinner u 13onze jongste bijeenkomst - nog een oogenblik als het laatste en wij13 14waren onherstelbaar verloren - Nog beve ik op deszelfs herden-15king! - o mijn eenige Vriend! vertrouwen wij minder op onze deugd 16om haar zekerer te bewaren. Ontrukken wij ons aan een minder 17vermaak, om een dierbaarer te beveiligen, en met welk eene be-18toverende innemendheid het zinnelijke zich ook aan ons hart voor18

[p. 101]

19moge doen, mistrouwen wij die Sireene! - het genot kan het denk-1920beeld zeker niet evenaren - en eene ijsselijke ledigheid moet er het19-2020 21gewisse gevolg van zijn. Hoe weinig wij ook aan het stof kleven21-22 22mogen - beide toch zijn wij menschen - eens zijn wij reeds zeer 23zwakke menschen geweest - Eduard! wie zwak is, kan misdadig23 24worden! - - Ook zie ik nu, dat er zich eene zekere geestdrijverij met24 25onze liefde vermengd heeft, die de allergevaarlijkste gevolgen voor 26onze deugd kan hebben - wij vrezen het ligchaam niet, omdat wij 27ons verbeelden enkel de ziel te beminnen - Onze liefde is zeker haar'27-30 28oorsprong, haare kracht, haare geheele waarde aan die harmonische 29overeenstemming onzer zielen, die zich slechts gevoelen laat, ver-30pligt - Gij bemint mijne ziel, Eduard! - ik ben er geheel van 31overtuigd - maar zoudt gij die eigen ziel even teder beminnen, zo ze 32in geen meisje woonde, zo ik tot uw geslacht behoorde? - Pogen wij 33niet wijzer te zijn, dan onze Schepper geweest is, mijn Beste! Hij heeft 34tot de wigtigste einden deezen onderlingen trek in onze harten ge-3435plaatst - Wie dien geheel onderneemt uitteroeien, poogt de Al-36macht te overtreffen - om niet geheel dier te zijn tracht hij de 37zuiverheid van den Engel te bereiken - die echter met deeze aandrift37 38niet te worstelen heeft. Besturen wij dezelve door de Rede en den 39Godsdienst en wij zullen aan onzen pligt voldaan hebben. - Gij38-39 40gevoelt dit, mijn dierbaare! mijn hart zegt mij dat gij het gevoelt -

[p. 102]

41zou het zich hier kunnen bedriegen? - o! doen wij dan een offer 42aan die deugd, daar al ons heil, zo onafscheidbaar, aan verbonden is! - Verlaat mij - 43verlaat mij, mijn Eduard! - Geen afstand van 44Waerelddeelen zal ooit onze zielen scheiden - Waar gij ook zijn43-44 45moogt, zij kunnen zich overal met elkanderen bezig houden - eene 46zucht voert ons hart van de een naar de andere Pool - en eens -45-46 47eens zien wij ons zeker weder! - mooglijk hier in dit traanendal -47 48God weet het! - en die God is Liefde - Hoe gemaklijk doet dit48 49denkbeeld ons zijn besluit aanbidden, zonder het te willen door-48-4950gronden? - Ja! dit offer zal ons menige bittere traan kosten - en48-50 51toch gevoel ik, dat ons hart er meer genoegen onder genieten zal, dan 52het misdrijf ooit schenken kan - Eduard! - welk eene vertroostende52 53gedachte - eens zullen wij ons voor den troon van God 54waardig wedervinden! - Deeze eene gedachte verdrijft, overwint54 55alle tegenwerpingen, die ons zwakke hart immer maken kan - 56IJsselijk verschiet! - voor den Alwetenden te staan, en een van ons56

[p. 103]

57misdaadig te zien .... Mijne geheele ziel keert op de enkele verbeel-5758ding er van in mij om! - Neen! mijn Vriend! maken wij ons dien57-5858 59ontzettenden toestand onmogelijk - eerlang zullen wij er de beloning59 60van genieten. - Kom deezen avond mijne laatste omhelzing ont-61vangen - ik verwachte u aan den voet van het kleene heuveltje, daar 62uw geliefde Eik op staat: - hij zij de getuige van de tederste min en 63van het duurste offer! - Hoe dierbaar zal mij zijne vertederende 64schaduw na uw vertrek zijn! - Eduard! - ik gevoel het - gij zult de 65ongelukkigste van ons beide niet zijn! -64-65

 

* * *

2haare onderlinge waarde: hun waarde voor elkaar.
5niet dan: niet anders dan, alleen maar.
6Het: nl. het stoffelijke.
6-8Het nam ... weg: Het stoffelijke (lichamelijke) zou aan onze liefde tegelijk met ‘dien fijnen wellust van 't gevoel’ (die engelen en mensen gemeen hebben), ook de waarde ervan ontnemen. M.a.w., als onze liefde slechts op sexualiteit berustte, dan zou ze haar wezenlijke waarde verloren hebben.
10-11voorbedachtelijk: met opzet.
11geweld: (hier) boos opzet.
13jongste: laatste.
18het zinnelijke: het sensuele, in dit geval de sexualiteit.
19mistrouwen wij: laat ons ... wantrouwen.
Sireene: verleidster; de sirene is in de mythologie een wezen, half vrouw, half vogel, dat door haar gezang zeelieden trachtte te verlokken.
19-20het denkbeeld: de voorstelling die men er zich van maakt (nl. van het sexuele genot).
20ledigheid: gevoel van leegte.
21-22Hoe weinig ... mogen: hoe weinig wij ook hechten aan het stoffelijke.
23misdadig: zondig; misdaad betekent hier verkeerde daad en heeft niet de hedendaagse betekenis van criminele daad.
24geestdrijverij: dweepzucht, nl. een te groot vertrouwen op eigen deugd.
27-30is ... aan ... verpligt: heeft ... te danken aan.
34wigtigste einden: belangrijkste doeleinden, nl. de voortplanting.
onderlingen trek: wederzijdse (fysieke) aantrekking.
37aandrift: drang, neiging. Engelen zijn a-sexueel.
38-39Besturen ... voldaan hebben: m.a.w. de mens moet niet trachten tegen Gods bedoelingen in te gaan door zijn sexuele driften uit te roeien. Indien hij ze leidt met behulp van zijn verstand en zijn religieuze gevoelens voldoet hij aan zijn opdracht als mens.
43-44afstand van Waerelddeelen: afstand doordat wij ons elk in een ander deel van de wereld bevinden.
45-46eene zucht: d.w.z. de snelheid van één ademtocht. Er zou ook bedoeld kunnen zijn: één zelfde neiging.
47ons: elkaar.
eens zien wij ons zeker weder: Julia en Eduard geloven in een weerzien na de dood, zodat hun relatie vervolmaakt kan worden (zie Inl. hfdst. 4).
traanendal: oord van treurigheid (Statenvertaling: Psalm 84, Kantt. 12). Vaak gebruikt als aanduiding voor het (onvolmaakte) aardse leven, zo ook hier.
48die God is Liefde: verwijzing naar 1 Johannes 4: 8 en 16 (resp. ‘Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend, want God is liefde’ en ‘En wij hebben gekend en geloofd de liefde die God tot ons heeft. God is liefde; en die in de liefde blijft, die blijft in God, en God in hem.’).
48-49dit denkbeeld: nl. dat God liefde is.
48-50Hoe gemaklijk ... doorgronden: Het in vertrouwen aanvaarden van Gods besturing van het mensenleven geldt als één van de essenties van het boek Job.
52misdrijf: zonde, overtreding van Gods gebod.
54waardig: nl. zonder dat we door ons gedrag onze hemelse zaligheid verspeeld hebben.
56verschiet: vooruitzicht. In dit geval: de dag des oordeels.
een van ons: Merkwaardig is dat hier gesuggereerd wordt dat indien Eduard en Julia aan hun sexualiteit zouden toegeven, slechts één van beide schuldig voor God zou zijn. Uit p. 106 (r. 43-44) zou men kunnen opmaken dat dit Julia zou zijn. Toch lijkt de traditionele dubbele moraal wel het laatste wat Feith beoogt: de sentimentele man staat voor hem op hetzelfde hoge zedelijke niveau als de sentimentele vrouw.
57misdaadig: zondig, schuldig tegenover God.
57-58op de enkele verbeelding er van: wanneer ik het me alleen al voorstel.
58maken wij ons: laten wij wederzijds ... maken.
59eerlang: weldra.
64-65gij zult de ongelukkigste van ons beide niet zijn: zal Julia ongelukkiger zijn omdat zij het bevel tot de scheiding gegeven heeft?
prepostterug  begin  verder