1Hoe gelukkig ben ik door uwe liefde, mijne julia! hoe onuit-2spreeklijk gelukkig! - Hier in het kille noorden - ver van u afge-3scheiden - geheel eenzaam en onbekend - gevoel ik echter dat de 4zaligheid, die gij eens voor mij schiept, groot genoeg is om mijn 5geheel leven - zelfs op een onbewoond eiland - te vervullen.5 6Dierbaare Zielvriendin! o mijne julia! welk een' wellust smaakt6 7mijn hart, zo dikwerf als mijn mond belijdt, dat uw vriend, uw 8minnaar, al zijn heil, al de zegen van zijn bestaan, aan u alleen 9verpligt is! - Gij leerde mij de liefde kennen, die edele hartstocht, 10die onze ziel grooter maakt en alle onze gedachten verheft; die9-10 11koesterende verwarmende vlam, die de goede Schepper tot troost en 12verkwikking van de menigvuldige ongeneugtens deezes levens, 13voor den mensch alleen ontstak - maar die, helaas! zo weinig 14stervelingen kennen: en die ik buiten u in haare zuiverheid nooit 15gekend had. Hoe rampzalig zoude ik nu zijn, zo mijne liefde alleen 16in die dwalende drift bestond, die ons van de Engelen verwijdert,16 17terwijl ze de scheidpaalen, die ons van het redenloos vee onderscheiden,17 18wegneemt? - Ach! zonder te genieten, zonder stoffelijk te15-18 19genieten, bestaat deeze liefde niet. - - Thans ben ik niet geheel18-19 20ongelukkig, mijne Dierbaare! en echter - de Voorzienigheid weet of
21ik u op aarde immer weder aanschouwen zal! - - Maar wat is dit 22leven, mijne julia! wat is dit voor ons, mijne Beste! die op de 23onsterflijkheid staren? - die niets minder dan een eindeloos geluk22-2323 24voldoen kan? - Ongelukkige Gelieven! die op de enkele gedachte 25des doods verbleekt - hoe bloedt mijn hart over u! - Ach! door 26nimmer aan den dood te denken, verwijdert gij zijne vernielende 27vuist geen hairbreed verder van u. - Eens - ijsselijk eens! - en 28voor u altijd op het onverwachtste - zult gij zeker gescheiden 29worden, en wat zal u dan - u, o gij ellendige, die overblijft, wat 30zal u dan door uw geheel overig leven op deeze waereld, die eene 31ledige, eentoonige woestijn voor u geworden is, immer den gering-32sten troost kunnen verschaffen? - julia! uit uwe armen gescheurd24-32 33te worden om eeuwig gescheiden te blijven ..... gruuwzaam denk-34beeld! - dan wenschte ik, dat gij nooit geboren waart, of onder de 35tegenvoetelingen het licht gezien hadt, waar mijne oogen u nimmer35 36hadden kunnen ontmoeten, waar uw naam nooit van mijne lippen 37had kunnen rollen, mijn hart nooit op dien naam ontroeren! - o32-37 38Godsdienst! welke uitstekende diensten bewijst gij aan de Liefde 39niet! - Gij verheft haar boven de vreeze des doods, en de roozen, die39 40gij voor twee vereenigde harten ontluiken doet, verwelken nooit. - 41julia! ik zit thans op den rand van eene steile rots, die over de 42loeiende zee aaklig heenen hangt - de geheele dampkring is met een'42 43vochtigen nevel vervuld - ik zie niets dan de gedurig op nieuw 44aanrukkende golven, die alle aan den voet der rots verbrijzeld wor-

45den - en echter - hier zelfs vervoert mij de strelende gedachte van45 46ons toekomstig lot. - o Zo één graf ons beider overschot bewaarde! 47- zo wij naast elkanderen voor de onsterflijkheid oprezen! - zo het 48zelfde oogenblik ons danklied - ons vuurig danklied - voor den 49troon van God voerde! .... Mijne aandoening vervoert mij ... ik47-49 50verbeelde mij dat danklied reeds met u aanteheffen! - o wat zal ons 51hart gevoelen! - maar zal onze mond iets anders kunnen uitbrengen dan 52Liefde - volle, goddelijke Liefde! - en dit - dit, mijne julia! 53in een verschiet van eindelooze Liefde! - - - Hoe dierbaar wordt53 54mij het graf in deeze vervoering! - den geheelen tijd door, vreed-55zaam, ongestoord, aan uwe zijde te rusten - - welke rampen 56moeten er nog op aarde doorgeworsteld worden, als wij reeds in de 57haven zullen zijn? Hoe menig ellendeling zal onze grafzerk drukken57 58en op onze rustplaats zuchten, terwijl hij naar het einde van zijnen 59rampspoedigen doortocht door de waereld reikhalst - och! dat hij 60daar vermindering zijner treurigheid ontwaar worde! - - julia!60 61zo immer twee deugdzaame Gelieven op onze tombe nederzaten en,61 62in die genoeglijke oogenblikken, als de Godsdienst en Liefde hun al 63hunnen wellust deden genieten, zich ons lot te binnen bragten! -63 64welk een aandoenlijk toneel! - - ‘o mijne Beminde! verbeelde ik 65mij den Jongeling te horen stamelen, schouw dit graf, dit vervallen, 66met gras begroeide graf aan - het bewaart sedert een eeuw het stof66 67van twee gevoelige harten, die zich vuurig bemind hebben - plengen67 68wij een traan op dit heiligdom! - dat hunne asch veilig ruste!’67-6868 69- Zijne gevoelige vriendin schreit. - Enkel gewaarwordinge, wer-
70pen zij zich beide voor onze tombe neder, - al het aardsche ge-71noegen schijnt hun een niet te zijn - de dood en hunne jongste71 72scheiding zweven hun alleen voor de oogen. - - ‘Neen! mijn71-72 73Dierbaare! zegt het ontroerde Meisje, er is geen liefde zonder 74deugd - pogen wij, als deeze Gelieven, deugdzaam te zijn en wij 75zullen eens zeker gelukkig worden!’ - Dat hun lot, herhaalt de75 76snikkende minaar, eens het onze worde! - o mijne Eenigste! dat het 77zelfde graf ....... Hier sluit de ontroering hunne lippen; zij ijlen in77 78elkanders armen - hunne harten slaan op elkander - beweging-79loos, en onder een' stroom van vermengde traanen, zijgen ze op het 80graf neder en wenschen - eens zo te ontslapen! - - -80
81Welke genoeglijke droomen, mijne julia! voor een teder hart! - 82Dan - zal dit heil ons immer te beurte vallen? - Ach! zo mijne82 83oogen u aan deezen kant des doods nimmer weder aanschouwden -83 84indien verschillende waerelddeelen ons stof bewaarden - julia!84 85mijn hart zegt mij dat ik u eens onder de verrezen bewooners des 86geheelen aardbodems herkennen zal! - Bemoedigende zekerheid!86 87julia is nooit voor mij verloren - julia blijft, ook in het stof des 88doods, mijne julia! ..... Ik bezwijke, o mijne beminde Zielvriendin! 89- bij de gewaarwording van eenen Engel, gevoel ik dat ik nog een89 90zwak sterveling ben! - door aandoening bedwelmd, trekt mij een 91opkomende storm uit mijne wezenloosheid. - Alles wordt aaklig91 92om mij heen - de zee brult vervaarlijk onder mij - de rots schudt.92
93Ik verlaat mijne eenzaame hoogte - nog maar weinig dagen mooglijk 94en ik rust weder op uw hart - Waarom zuchte ik bij deeze93-94 95vertroostende hoop? .... een aaklig voorgevoel .... neen! mijne 96julia! ontrust u niet .... mijn ziel is ontroerd ... alles vertoont96 97zich in deeze oogenblikken zwart aan mijne verbeelding .... eene 98geheele ledigheid foltert mijn hart .... hoe ijsselijk loeit de wind98 99door deeze gescheurde rotsen .... waar ben ik? - reeds gevoel ik 100niets meer .... en echter zuchte ik onder een gevoel dat ik niet 101langer dulden kan ..... ik verlies mij .... o god! spaar, spaar101 102mijne julia! julia .... ach mijne julia! ....
* * *