terug  begin  verderprepost
[p. 169]

Mengelwerk.

[p. 170]

1Geloof mij, in de klagendste toonen van een Adagio is1-41 2dikwijls meer en dieper gevoelde wellust geleegen, dan in 3de vuurigste Allegro.3

 

4ENGEL.4

5Gij, o mijne Landgenooten! die dit niet slechts gelooft, 6maar gevoelt, eenige bevoegde Rechters mijner julia! - 7merkt de volgende stukjes, voor een gedeelte in vroeger 8jaaren opgesteld, en nu bij gelegenheid van het voorgaande 9werkje uitgegeven, als proeven van mij aan in een vak, daar7-99 10ik tot hier toe weinig in gedaan heb, en beslist of ik er verder 11iets in te doen hebbe - zo ja, dan zij een traan uw antwoord 12en ik zal ijverig voortvaren! -

1-4Feith heeft dit citaat kennelijk als programmatisch bedoeld, waarschijnlijk om aan te geven dat hij door het droefgeestig karakter van (het merendeel van) het ‘Mengelwerk’ zijn lezers in de ziel hoopt te treffen.
1Adagio: muziekstuk in langzaam tempo.
3Allegro: snel, levendig muziekstuk.
4Engel: Johann Jakob Engel (1741-1802), docent te Berlijn, auteur van populaire esthetische en filosofische werken. Het citaat is uit Der Philosoph für die Welt. Erster Theil. Leipzig 1775, p. 9: ‘Glauben Sie mir: In den klagendsten Sätzen eines Adagio liegt oft mehr und tiefer gefühlte Wohllust als in den feurigsten eines Allegro.’
7-9merkt ... aan: beschouw.
9vak: genre.
prepostterug  begin  verder