terug  begin  verderprepost
[p. 215]

Aan Cefise.t

 
De Roos, die op uw koontjes gloort,
 
Cefise! zal niet eeuwig bloeien -
 
Het purper, dat uw lipjes boort,3
 
Niet altijd op die lipjes gloeien.
 
 
5
De Schoonheid is een bloem, die sterft,
 
Als tijd of smart haar blaadjes krullen -
 
Cefise! als gij uw schoonheid derft,
 
Wat zal uw ledig hart vervullen? -8
 
 
 
De stoet, die nu uw oog verheugt,9
10
Zal ongemerkt geheel verdwijnen,
 
Als de ouderdom het vuur der jeugd
 
Gevoelloos in dat oog doet kwijnen.
 
 
 
Cefise! welk een treurig lot
 
Hebt ge eer nog in den Echt te vrezen! -14
15
De Schoonste, na een kort genot,
 
Houdt op voor ons meer schoon te wezen.16
 
 
 
Ach! wat haar luister moog bestaan,17
 
Nooit heft ze ons hart tot hooger orden -
 
Cefise! schouw dit doodshoofd aan!
20
Cefise! - dit zult gij eens worden!
[p. 216]
 
o! Zo uw hart de Deugd verkoos! -
 
Wat zou Cefise in waarde winnen!
 
Het zichtbaar schoon boeit voor een poos,
 
Een schoone ziel doet eeuwig minnen. -
 
 
25
Waan niet, dat ik uw schoon veracht',
 
Neen! 't vuur van twee aanminnige oogen
 
Heeft mij, door zoete toverkracht,
 
Te vaak der Wijsbegeerte onttogen.28
 
 
 
Mijn feil was nooit gevoelloosheid -
30
'k Erken de magt der zachtste klipjes -30
 
En, waar de Deugd ook straalen spreidt,
 
Haar Glorietroon zijn maagdelipjes!
 
 
 
Dan, zonder Deugd, wat is de prijs
 
Der Schoonheid? - Kan ze uw hart vermaken?
35
De Dood, Cefise! is koud als ijs,
 
Ook bij den gloed van maagdenkaaken.
 
 
 
De Wind, die 't Veldviooltje streelt,
 
Rukt vaak de Puikroos van haar' stengel. -37-3838
 
Het Schoon alleen volmaakt het Beeld;
40
De Deugd en Schoonheid maakt den Engel.
 
 
 
Hoe tuk, Cefise! op vleierij -41
 
Eens wordt door u mijn raad geprezen;
 
Ach! zo het hier op aard' niet zij -
 
't Zal voor den Troon uws Rechters wezen.

* * *

tAan Cefise: Dit gedicht is ook opgenomen in deel 2 van de Oden en gedichten, p. 158-161. Aldaar gedateerd 1777.
3boort: omzoomt (van het werkwoord boorden).
8ledig hart: Cefises hart is nu enkel vervuld van haar eigen schoonheid.
9stoet: nl. van aanbidders.
14eer: veeleer.
16meer: (hier) nog.
17haar luister: nl. van de Schoonste.
moog bestaan: zou kunnen doen.
28der Wijsbegeerte onttogen: onttrokken aan het filosoferen (d.w.z. aan het beschouwelijk bezig zijn, of aan het studeren).
30zachtste klipjes: nl. borstjes. klipje: heuveltje.
37-38De wind ... stengel: m.a.w. opvallende schoonheid gaat dikwijls spoedig verloren onder omstandigheden waarvan bescheidener schoonheid niet zo te lijden heeft.
38Puikroos: zeer fraaie roos.
41Hoe tuk ... vleierij: hoe tuk je ook op vleierij bent, Cefise.
prepostterug  begin  verder