[p. 217]
De nacht.
t
Hoe teder zucht het Windjen
Uit deeze donkre Dennen!
Hoe stil is hier de nacht?
De Maan kwijnt aan den Hemel;
4
5
De Starren drijven langzaam;
En alles aêmt gevoel.
Dit is 't verblijf der Liefde -
Gewis hier woont de Liefde;
Hier schiep Natuur haar' troon -
9
10
Ismeene! dierbre Ismeene! -
Waar zijt gij, teder Meisjen? -
Hoe angstig is mijn hart!
Helaas! waar is dat uurtjen,
Het zaligst van mijn leven! -
15
Toen 'k vrolijk aan uw zij',
Op uwe kniên gebogen,
Van liefde en teêrheid beefde,
Bij 't bleeke licht der Maan? -
Ik reed, geheel verrukking,
20
Langs akelige wegen,
En kende geen gevaar. -
De Maan schoof achter wolken;
De lucht werd zwart en treurig; -
Ik zag, ik merkte 't niet! -
[p. 218]
25
Nu dwarrelden Orkaanen,
Al loeiend uitgeschoten,
Vervaarlijk door de lucht; -
De neêrgestorte hagel
Sloeg klettrend tegen 't Rijtuig; -
30
Ik hoorde, ik merkte 't niet!
Niets zag ik dan Ismeene! -
Niets hoorde ik dan Ismeene! -
Zij was voor mij 't Heelal!
Geen wenschjen bleef mij ovrig; -
35
Ismeene, de enkle Ismeene,
Vervulde heel mijn hart! - -
Vertederend herdenken!
Helaas! die tijd is heenen,
Voor eeuwig, eeuwig heen! -
40
Ik moet Ismeene missen;
Wat is voortaan mijn leven!
Ach! - een gestaêge dood. -
Snelt, nevelige jaaren!
Naar 't eindperk van uw loopbaan;
44
45
En voert mijn dagen meê. - -
Ik heb geleefd - Geen vreugde
Lagcht meer voor mij op aarde. -
Ontsluit u vrij, mijn Graf! - -
*
*
*
t
De nacht
: Dit gedicht is ook opgenomen in deel 3 van de
Oden en gedichten
, p. 146-148. Aldaar gedateerd 1782.
4
kwijnt
: glanst zacht.
9
Hier schiep Natuur haar' troon
: m.a.w. deze plaats is ervoor geschapen om het domein van de liefde te zijn (
haar
': nl. van de liefde).
44
't eindperk van uw loopbaan
: hier kan gedacht worden aan het eind van ieder jaar, of aan het einde der tijden (van àlle jaren).