terug  begin  verderprepost
[p. 219]

Aan ongelukkige gelieven.t

 
Wreed gescheiden Lievelingen!
 
Die uw' weg met traanen weekt; -
 
Voor wier diepgewonde harten
 
De aarde niet één Roosjen kweekt; -
 
 
5
Als 't gevoel der teêrste scheiding5
 
Uw' geprangden boezem knelt,6
 
En geen hartverligtend traantjen
 
In uw brandende oogen zwelt; -
 
 
 
Zet u dan in stille nachten
10
Op een eenzaam Kerkhof neêr. -
 
In 't gevoelloos Rijk der dooden
 
Vindt uw ziel haar kalmte weêr.
 
 
 
Ziet de bleeke Maan verrijzen13
 
Als zij over de akkers klimt,
15
Ziet hoe 't lange gras der graven
 
In haar kwijnend schijnsel glimt.
 
 
 
Wellust van 't gevoelig harte!17
 
Stille, bleeke, kuische Maan!18
 
Gij ontlast den bangen boezem
20
Dikwerf van een' teedren traan!
[p. 220]
 
Hoort het treurig lied des Tortels21-24
 
Die zijn trouwe gade derft,22
 
En op neêrgebogen Wilgen
 
Van gevoel en liefde sterft. -
 
 
25
Ach! wat is de Waereld ledig
 
Voor een diepgewonde ziel,
 
Die bij 't eenzaam ommedolen27
 
Nooit een wensch te beurte viel! -28
 
 
 
Reine, zuivre, waare Liefde
30
Vindt haar' loon toch schaars op aard'; -
 
Haar genot is in den Hemel
 
Voor 't gevoelig hart bewaard. -
 
 
 
Daar is alles liefde en teêrheid
 
In een eindeloos verschiet; - -
35
Harten, voor elkaêr geschapen,
 
Scheidt de God der Liefde niet. -36
 
 
 
Wreed gescheiden Lievelingen!
 
Slijt ge uw dagen in geween; -
 
't Stille graf zij uw vertroosting; - -
40
o De Tijd snelt haastig heên! -

* * *

tAan ongelukkige gelieven: Dit gedicht is ook opgenomen in deel 2 van de Oden en gedichten, p. 162-164. Aldaar gedateerd 1778.
5gevoel: (hier) aandoening.
teêrste scheiding: nl. de scheiding van twee gelieven (teêrste hier metonymisch gebruikt: de relatie is teder).
6geprangden boezem: benauwd gemoed.
13Maan: Over de Maan als communicatiemedium tussen gescheiden gelieven zie de aant. bij p. 163, r. 38-39.
17Wellust: vreugde, genot.
Wellust van 't gevoelig harte: nl. de maan.
18kuische Maan: volgens de klassieke traditie is de maangodin (Diana) tevens de godin van de kuisheid.
21-24De tortel is vanouds het symbool van de trouwe liefde, de liefde die ook stand houdt na de dood. Wanneer één van het tortelpaartje sterft, blijft de ander treuren tot aan de dood. Zie de afb. op de oorspronkelijke titelpagina van de Julia en p. 140, r. 41-46.
22gade: echtgeno(o)t(e).
derft: mist.
27Die: aan wie.
28Nooit ... viel: nooit een wens vervuld werd (nooit de vervulling van een wens ten deel viel).
36God der Liefde: 1. God die liefde is; 2. God, die de liefde bewerkstelligt (want voorbestemd heeft). Niet bedoeld wordt dus Amor (Cupido).
prepostterug  begin  verder