44Zij: nl. de vlucht des tijds. Zij was vertraagd: dan zou de vlucht van de tijd inderdaad vertraagd zijn!
45-52Door te stellen dat de tijd Werthers liefde zou kunnen doen bekoelen, heeft Ismeene gesuggereerd dat zijn liefde geen ware liefde zou zijn. Werther spreekt dit tegen: zijn liefde is die van een verwante en voorbestemde ziel en dus eeuwig, zoals al op het eerste gezicht duidelijk was.
45-46Ismeense dacht dat bij een langduriger (stadiger) omgang Werther wel een onvolmaaktheid aan haar zou ontdekken waardoor zijn liefdesgloed wellicht gedoofd zou worden.
47ervarenheid: ervaring, nl. door langduriger omgang.
49-50Geen tijd ... bereidt: Werther geeft toe ('k beken het) dat het geen kwaad kan ware liefde door de tijd te laten beproeven, omdat zij daartegen bestand is. Maar, betoogt hij, Ismeene moet niet verwachten dat de ware liefde in de loop van de tijd een nog hechter fundament zou krijgen dan ze van nature al heeft.