terug  begin  verderprepost

Zesde hoofdstuk.
Van de wooningen der Indiaanen, hun bestier, en huishoudinge.

Naardien ik voorgenomen heb, alleen te spreeken van het geene Suriname, en deszelfs kusten betreft, zal ik my, by gevolg bepaalen by de zaaken, die ik, in 't algemeen, van de Indiaanen of Caraïben gemeld heb; om my te houden by het geene de Indianen aangaat, met welken wy, gelyk ik, in het voorgaande hoofdstuk, zeide, eene volmaakte vriendschap en eensgezindheid onderhouden.

Dit volk verandert dikwyls van woonplaatse, en ten dien opzichte schynt hetzelve vry veranderlyk van aart; echter weet ik niet, of zulks uit ongestadigheid, of voorzorge komt; maar naeuwlyks hebben zy een Vlek of Dorp in de eene plaatse gemaakt, of men ziet hen dikwyls weder van daar vertrekken, om zich elders neder te zetten.

+Wat derzelver tugt belangt, zo die dezelfde niet is, als by de beschaafde Natien, men kan echter zeggen, dat 'er een order

[p. 52]origineel

in acht genomen wordt, die men 'er niet verwagten zou.

+Ieder Vlek, of Dorp, bestaat uit verscheidene huisgezinnen, welker getal, zo van mannen als vrouwen, twintig of dertig persoonen kan bedraagen, staande onder een hoofd, in hunne taal Grandman genoemd, welken zy voor hunnen Kapitein erkennen, en, op wiens bevel ieder in tyd van onraad op de been komt. Die niet in staat zyn, om de wapenen te draagen, begeeven zich naar eene verzekerde plaats.

+Hunne woonplaats is, gelyk ik gezegd heb, zeer onzeker. Nu woonen zy in de bosschen, dan langs den oever der zee, zomwylen in de Plantagiën, en op andere tyden in eene Kreek. Hunne huisen Carbets geheeten, kosten niet veel, om dat zy 'er zelven de bouwmeesters en werklieden van zyn. Deze huisen worden opgeslaagen, door middel van verscheidene vorken, of gaffels, van slegt hout gemaakt, die van plaatse tot plaatse in den grond gestoken worden; aan derzelver boveneinden zyn dwarsstokken vastgemaakt, waar op riet, of stukken van gespleeten Palmites-boomen, in plaatse van latten, gelegd worden, die men bedekt met bladeren of knoppen van riet, zo digt aan elkanderen, dat de regen 'er niet doordringen kan. Men ziet aan deze huisen deur noch vensters, maar alleenlyk eene kleine opening, door hen, onder het opslaan, daar in gelaaten. Zie daar hunne geheele wooning, die zomtyds de verblyfplaats

[p. 53]origineel

van de gansche gemeente is. Haare grootte komt overeen met het getal der persoonen, die 'er moeten huisvesten, en, by gevolg, werken.

+Wanneer de Indianen voorneemens zyn, zich in eenig bosch ter woon neder te zetten, dan bereiden de mannen een stuk lands, om het, met Cassave of Maniok, Pataten of Patatters, en Mahis, of Tuksch koorn te beplanten, zo veel als zy tot hun onderhoud nodig hebben. Zy gaan, beurtelings, ter jagt, en op de vischvangst, en, zomtyds, houden zy zich ook bezig met kanoo's en wapenen te maaken. Op het visschen zyn zy, by uitstek, afgerigt, bedienende zich van pylen om de vischschen te doorbooren, wanneer de rivieren niet te diep zyn, of de visch zich niet meer dan twee of drie voeten onder de oppervlakte van het water vertoont. Ook visschen zy met den angel in zee, en in de rivieren. Als zy een groote vangst willen hebben, omringen zy de Kreeken, en vangen 'er zo veel visch, als zy begeeren: zie hier, op wat wyze zulks geschiedt; zy hebben een zeker groen hout(a) welk zy tot kleine stukjes verbryzelen, en in 't water smyten. De geur van dit hout

[p. 54]origineel

is zo sterk, dat de visch, zo dra hy het zelve ruikt, 'er zo dronken van wordt, dat hy gansch bedwelmd boven het water komt dryven, zonder echter op te houden met spartelen; in tegendeel, het schynt. dat die geur hem te krachtiger daar toe aanport; doch dit belet niet, dat hy zich niet even goed met de hand vangen laat.

+Zy gaan, gemeenlyk ter vischvangst, met hunne Pirougen en kanoo's of kleine schuitjes ter lengte van negen of tien voeten, spits toe loopende naar de beide einden, welken omtrent vyftig duimen hooger zyn dan het midden, dat vier voeten breed is. De Pirouge bestaat gemeenlyk uit negen planken, op de wyze van banken, acht duimen van elkanderen afstaande; en voorzien van twee kleine masten, welken ieder een vierkant zeil hebben.

Van de vischvangst te rug gekomen, zoeken zy niets dan de ruste en brengen den tyd, al liggende, en onbekommerd door in hunne hamacs, of hangmatten, terwyl hunne vrouwen bezig zyn, den visch te bereiden, en de huishouding te bezorgen.

+Wat de vrouwen betreft, zy zyn zo lui niet als de mannen, want zy zyn altyd bezig met de zorg der huishoudinge, en met allerleie kleine werkjes te maaken, als by voorbeeld, manden van fyn riet, pagales, allerhande aardewerk, en hamacs, of hangmatten.

+De manden, of korven, die de Indiaansche vrouwen maaken, zyn altyd eens zo lang als zy breed zyn, schoon ze op verscheidene

[p. 55]origineel

wyzen gemaakt worden; zy overtreffen al ons mandewerk, zo wel in fynheid als netheid; de vrouwen gebrukenze, om haare werkjes, of haaren voorraad van vruchten, te bergen.

+De pagales zyn een soort van manden, die van grover riet gemaakt worden dan de gemelde korven: dezelven zyn, gemeenlyk, van drie tot vyf voeten lang, twee voeten breed en even zo diep. Men gebruikt ze gemeenlyk, als een koffer op de reis, om een hangmat of eenige andere goederen over te voeren; en men kan ze sluiten met een hangslot. Het vaatwerk, by dit volk, bestaat uit allerleie aarden potten, schotels, kommen, die byna zo sterk en duurzaam zyn als van koper, en op de volgendewyze gemaakt worden. De vrouwen (want dezen houden zich, gelyk ik boven gezegd heb, hier mede bezig) neemen eene zekere hoeveelheid afsche van den bast van eenen boom, in deze landstreek onder den naam van Kweepie bekend, welke zy in een' houten mortier stooten, door eene fyne zeef ziften, en vervolgens met goede klei mengen, om 'er alle de bovengemelde gereedschappen van te maaken, die zy terstond, in den wind laaten droogen, waarna zy dezelven in den oven bakken, en ze, met een soort van vernis, verglaazen.

+De water potten, welken door dezelve gemaakt worden, zyn van eene ongemeene grootte; want men vindt 'er, die tusschen de vier en vyf ankers houden. In de Stad,

[p. 56]origineel

of op de plantagiën, is geen huis, daar 'er niet, ten minste, drie of vier zyn, om het regenwater welk men dagelyksch drinkt, te bewaaren. Deze potten zuiveren het water, en houden het zo koel, als of het uit een yskelder kwam.

+De Hamacs, welken naam alle de Indiaanen aan hunne bedden, by ons hangmatten genoemd, geeven, zyn gemaakt van een stuk katoenen lynwaat, van zes of zeven voeten lang, en twaalf of veertien voeten breed, waar van de uiterste hoeken wel vyftig of meer ronde gaten hebben, waarin kleine wel gesponnene en getweernde koorden, insgelyks van katoen, en hebbende ieder de lengte van twee en een' halven voet, vastgemaakt zyn; men noemdt ze rabans. Alle deze kleine koorden vereenigen zich aan het einde van het stuk, om een gat te maaken, waardoor men een touw steekt, welk men aan twee krammen vast maakt, die in hunne Carbets, aan twee dwars stokken, of aan boomen gehecht zyn, zo hunne huisen nog niet zyn afgebouwd, om de hangmat op eene zekere hoogte boven den grond, op te hangen.

Het gemakkelykste dezer bedden is, dat zy van weinig omslag zyn en dus gemakkelyk kunnen vervoerd worden; men slaapt 'er, daarenboven, ook koeler en frisscher in, dan in bedden, en men heeft 'er noch dekens, noch lakens, noch matrassen, en zelfs geene kussens in noodig. Daar by is men in deze hangmatten ook vry van vlooien

[p. 57]origineel

en weegluisen. Men vindt ze, gelyk ik gezegd heb, in alle de huisen, door Europeaanen bewoond, die ze boven onze beste bedden verkiezen, wanneer zy'er in gewend zyn te slaapen, en 'er zich, naar hunne plantagiën gaande, van voorzien. Maar hoe gemeen deze hangmatten zyn, kosten zy echter van vyftig, welken de minsten zyn, tot honderd en dertig Hollandsche guldens; welk voor de laatsten drie honderd Fransche guldens maakt.

De manier om een hangmat wel uit te rekken, bestaat in de twee einden te verwyderen, zo dat zy met haar touwerk een halven cirkel maakt, waar van de afstand van het eene einde naar het andere de middellyn is; vervolgens wordt zy van den grond opgeligt, zo dat men 'er op zitten kan, als op een' stoel die wat hoog is; daarna werpt men 'er zich in, men rekt zich uit, en men ligt 'er in, zo goed als in het beste bed.

+Het voornaamste voedzel van deze Natie bestaat in wild, verschen en gerookten visch, krabben en in Schildpadden-vleesch. Van alle welke zaaken ik, afzonderlyk, op eene andere plaats zal handelen, naardien ik in het volgende hoofdstuk maar alleen meene te spreeken van 't geene hun voor brood dient, gelyk als van de cassave of maniok, van de patates, en van de mahis, of het Turksch kooren, en eindelyk van hunne gewoonlyke dranken.

+Hun bestier.
+Hunne Vlekken.
+Hunne wooningen.
+De bezigheden der Indiaanen.
(a)Men noemt dit hout Astralagus incanus, fruticeus, venenatus floribus purpureis. Het is eene kleine plant, welke kleine, eenvoudige, holle, roodachtige steeltjes schiet, die bekleed zyn met korte, puntige, ruige en zeer bittere blaadjes. De wortel is omtrent een' voet lang, en zo dik als een vuist.
+Hunne vaartuigen.
+De bezigbeden der vrouwen.
+Haare manden of korven.
+Haare pagales.
+Van de water potten.
+De Hamacs.
+Het voedzel der Indiaanen.
prepostterug  begin  verder