terug  begin  verderprepost

Negende hoofdstuk.
Van de Koffy-plantery.

Eenige oude Planters hebben my verzekerd, dat het in de eerste jaaren, wanneer men de Koffy eerst begon te kweeken, allen den Inwooneren van Suriname op lyfstraffe verboden was, een enkele boon daar van aan vreemdelingen te verkoopen, of zelfs te vereeren, voor dat men dien in een' oven gedaan hadt, om 'er het zaad van te doen sterven, en de vermenigvuldiging op andere plaatsen te beletten. Men heeft 'er zelfs bygevoegd, dat de Vader van wylen den

[p. 38]origineel

Heere Graave de Neale de eerste is geweest, die de Koffy heeft aangekweekt, en dat men hem deze vrucht dank te weeten heeft, welke, tegenwoordig, voor een gedeelte den rykdom der Kolonie uitmaakt, om de verbaazende menigte, die zy, tot gebruik van een goed gedeelte van Europa, voortbrengt.

In de twaalf of vyftien eerste jaaren begon men met de boonen te zaeien, om 'er planten van te fokken, welken men vervolgens verplantte: Zie hier hoe zulks geschiedde. Voor eerst liet men de boonen, vier en twintig uuren lang, weeken in water; dan zaeide men ze in bakken, gevuld met goede aarde, of op kleine toebereide tuinbedden, dat is, daar de aarde wel gezuiverd moest zyn; hier werden ze plat ingelegd, en lugtig met aarde overdekt, op dat zy haare scheuten zo veel te gemakkelyker boven den grond konden schieten.

Deze boonen werden omtrent twee duimen van elkanderen af geplant, en men droeg zorg, dezelven te begieten, by gebrek van regen. Ten einde van veertien dagen zag men ze op komen, en een zeer tedere scheut, gelyk men zich wel kan verbeelden, voortbrengen. Deze scheuten de hoogte van acht of tien duimen bekomen hebbende, en bladen beginnende te krygen, wagtte men het regenachtig weder af, om ze te verplanten in een terrein, dat men daar toe bereid hadt, met het zelve redelyk diep om te spitten, en te zuiveren van allerleie soorten van wortels en onkruid.

[p. 39]origineel

Deze manier zou men, ongetwyfeld, nog zo wel volgen als in de voorgaande tyden, indien het noodig was; maar ieder Plantagie is thans genoeg voorzien van Plantsoenen(a) om zelfs den geenen, die ze van nooden hebben, by te zetten; zo dat men overvloedig jonge planten kan krygen, als men een stuk land met Koffy wil beplanten.

Als men ze verplant, moet men, wil men wel doen tusschen ieder plant, eene ruimte van tien of elf voeten, in 't vierkant, open laaten.

Deze boom wast zeer schielyk, mits men byzondere zorg draage, dat hy niet verstikt worde, door het onkruid, welk de aarde in warme en moerassige landen overvloedig voortbrengt. Om dit onkruid uit te roeien, moet men, in den omtrek der nieuwe boomen, pataten planten, die hetzelve beletten voort te schieten; waaruit een tweede voordeel ontstaat, naamelyk, dat men daar door eene groente bekomt, welke tot voedzel van de slaaven verstrekt.

Echter moet een Koffy-boom drie jaaren wassen, eer hy vruchten genoeg draagt, om de jaarlyksche onkosten goed te maaken; doch na dien tyd draagt hy, van jaar tot jaar, al meer, en meer, en dat ten minste tot de zes jaaren toe, wanneer hy in denzelfden staat blyft opbrengen; en op de

[p. 40]origineel

dertig of veertig jaaren vergaat hy van zelf.

Wanneer deze boomen nog jong zyn, en 'er eenigen van sterven, draagt men zorg, derzelver plaats te vervullen door nieuwen, om geen grond te verliezen. Doch indien een stuk lands van duizend of twee duizend vruchtdraagende Koffy-boomen komt te verdroogen (gelyk men wel gezien heeft) is 'er geen ander hulpmiddel, dan 'er de doode boomen uit te rukken en te verbranden. Vervolgens laat men het geheele stuk tien, twaalf, en zelfs vyftien jaaren stil liggen, en dan wordt het eene soort van Savane, om de beesten op te weiden, waar door het, geduurende dien tyd, voedzel krygt, en bekwaam wordt om weder op nieuw omgespit te worden, en zeer goed, om met Kakau of Katoen beplant te worden.

Laaten we nu overgaan tot de Beschryving van het gebouw, waar in de Koffy bereid moet worden, om in de vaten gedaan, en naar Europa gezonden te worden.

(a)Dezen naam geeft men in 't algemeen aan de jonge planten, welken men bekomt van de spruiten van oude boomen, die men plant, om 'er planten van te hebben, als men ze noodig heeft.
prepostterug  begin  verder