Indien de Katoenboomen maar op eenen droogen grond staan, vereischen zy niet veel moeite of kosten. Men verkrygt dit heestergewas van zaad pitten, welken men, op eenen kleinen afstand, van elkanderen zaeit, wordende slegts in acht genomen, dat zy by regenachtig weder in de aarde komen, op dat de plant zo veel te rasser moge schieten. Na verloop van negen maanden, heeft de boom zyne volkome grootte, en is dan beladen met vruchten. Men beweert, dat hy, als hy alle drie jaaren met den grond gelyk afgekapt wordt, meer vruchten draagt, en het Katoen fraeier wordt; doch dit kan ik niet vast verzekeren, om dat men, nog geen proeven genoeg genomen heeft, aangaande de aankweekinge dezer vrucht.
Het Katoen ryp zynde, dat is, wanneer alle de doppen ter dege open zyn, dan wordt het afgeplukt, en naar huis gebragt, om het te pluizen. De Molen, die tot dit werk dient, is een langwerpig vierkant raam
bestaande uit vier houten stylen, van omtrent vier voeten hoog, welken zamengevoegd zyn door acht karvielblokken, naamelyk vier boven en vier beneden. Dwars over dezelve liggen twee spillen of spinstokken, die streepen hebben in de geheele lengte, en tegen over elkanderen geplaatst worden, door schroefstokken, welken van onder en bezyden het raam zitten. Aan deze schroefstokken zyn touwen vast gemaakt, die op de treden voegen, waar op de werkman zyne voeten zet, dezelven naar boven verheffende, en wederom naar beneden drukkende, om de spillen na elkanderen in beweeging te brengen. Ten dien einde zit de werkman voor het raam, hebbende voor zich een plankje van zeven of acht duimen breed, daar hy het Katoen op legt. Dit plankje is zo lang als het raam, en vast aan deszelfs houten stylen, zo dat het bewogen kan worden, tegen over en digt by de spillen. Dan neemt de werkman het Katoen uit eene mand, die aan zyne linker hand staat; hy spreidt het vervolgens uit op het plankje, en schikt het met de linker hand langs de spinstokken, welken het door hunne draeien naar zich trekken, en ver genoeg van elkanderen zyn, om het te laaten doorgaan, doch te digt, en te zeer geslooten om het zaad den doortogt te geeven, welk, door dien weg genoodzaakt zynde, om het Katoen, daar het in besloten, en door de ongelykheid van deszelfs oppervlakte ingewikkeld was, te
verlaaten, op den grond valt, tusschen, de beenen van den werkman, terwyl het Katoen, door de spinstokken gevat naar de anderen zyde gaat, en in een' open zak valt, die aan een plankje vast gemaakt is, welk evenwyd van het eerste, doch een weinig afhellende gemaakt is, op dat het Katoen zou kunnen vallen.
Om hetzelve in te pakken, stopt men het in groote en sterke lyn waaten zakken, welken men nat maakt, naar maate dat men 'er het Katoen in pakt, op dat het niet aan het lynwaat blyve hangen, en door de nattigheid beter glyde. Op deze wyze maakt men baalen van drie tot drie hondert en vyftig pond. Hier aan ziet men, ten naasten by, waar in de aankweeking en bereiding van 't Katoen bestaat, daar zo weinig moeite en kosten toe vereischt worden, dat men, met een getal van dertig slaaven, een aanzienlyk stuk lands, met Katoen-boomen beplant, kan onderhouden, en eene koopmanschap inzamelen die noch in deugdzaamheid, noch in fynheid en witheid, voor de Levantsche behoeft te wyken, en een zekeren en eerlyken winst aanbrengt.