terug  begin  verderprepost

Achttiende hoofdstuk.
Algemeene verdeeling van het Ryk der Dieren.

Schoon men in de Kolonie van Suriname een groot aantal van allerleie soorten van dieren, en zelfs veelen, die zeldzaamer zyn dan in andere landen, vindt, kan ik my echter hoe grooten lust ik daar ook toe hebben, niet verbinden, om den Natuurkundigen

[p. 73]origineel

hier omtrent volkomen genoegen te geeven, uit hoofde van de byna onoverkomelyke zwaarigheden, welken men ontmoet in de naspeuringen, die men zou moeten doen, om alle de dieren te kunnen aanwyzen, met hunne hoedanigheden, eigenschappen en overeenkomsten.

Vooreerst, is het den Blanken, het zy Creoolen of Europeaanen, niet alleen onmooglyk, alle de Plantagiën van ieder Rivier of Kreek, maar zelfs ook de oneindige en ver afgelegenste bosschen af te loopen, om het gedierte te ontdekken, welk zich daar in onthoudt; vooral in een land daar de ongeregeldheid van de lucht zulke vervaarlyke wanordens in het menschelyk lighaam veroorzaakt. Niemand kan zich verbeelden, hoe veel moeite en arbeid men zou moeten verduuren, om zodanig eene onderneeming werkstellig te maaken, en welke zwaarigheden men zou ontmoeten. Derhalven is 'er in de tweede plaats niemand, dan de Negers, of de Inboorlingen van 't land, in staat, om de ongemakken te kunnen lyden, die onafscheidbaar zyn van diergelyke togten, om dat alle tyden, het zy regen, of schoon weder, hun onverschillig zyn, en dat de groote hitte der Zonne hun zo min lastig valt als de koude van den nacht; doch het ontbreekt hun aan zodanige kundigheden, welken iemand smaak doen hebben in deze soorte van waarneemingen. Dus zou men moeten beginnen met hen te onderrichten in 't geene men van hun verlangde; 't welk geen

[p. 74]origineel

kleine zwaarigheid zou zyn; en 'er hen, vervolgens, toe aanmoedigen door belooningen overeenkomstig met het eigenbelang, waar door zy allen natuurlyk geregeerd worden: want ik ken geen volk, welk baatzuchtiger is dan dit. Dit alles strekt tot een bewys, dat het zeer veel moeite in zou hebben, om van deze zaaken volkomen onderricht te worden. Wat my aangaat, ik zal my vergenoegen met te beschryven het geene ik 'er van weet, en 'er byvoegen al wat ik heb kunnen verzamelen, met behulp van myne goede vrienden, zedert het eerste werk, welk ik over hetzelfde onderwerp heb uitgegeeven.

En om deze stof, die tegenwoordig zo verspreid is in de geleerde waereld, met eenige orde te behandelen, zal ik het Dierlyk Ryk in zes Afdeelingen verdeelen.

In de eerste Afdeeling zal ik spreeken van de Dieren, die vier voeten hebben, en met hair gedekt zyn, ten minste aan eenige deelen van 't lighaam, en van de Natuurkundigen Viervoetige dieren genoemd worden.

In de tweede Afdeeling zal ik de Ornithologie verhandelen; welk woord, van 't Grieksch af komstig, de dieren aanduidt, die het gansche lighaam met veeren bedekt, en eenen bek hebben als hoorn, en voorzien zyn met twee vleugels en twee voeten; bekend onder den naam van Vogelen.

De derde zal ten onderwerp hebben de dieren, die op het land en in 't water leeven, en benevens die op den buik kruipen,

[p. 75]origineel

wier lighaam gemeenlyk naakt, en met vier voeten voorzien is; of de zulken, die het lighaam vol schubben, en geene voeten hebben; allen welken bekend zyn onder den naam van Halfslachtige en Kruipende Dieren.

De Vierde Afdeeling zal de Ichthyologie betreffen; insgelyks een grieksch woord, waar door te kennen gegeeven worden Dieren, welken kraakbeenige vinnen hebben, en geen adem haalen dan door de kieuwen, tegen over welken men gaten vindt, of wel, die vinnen hebben, bestaande uit beentjes, en op dezelfde wyze adem haalen door de kieuwen, gelyk de voorgaanden, op welke kieuwen deksels zyn, welke bestaan uit beenachtige deelen: Deze soorten zyn bekend onder den naam van visschen, wier verblyfplaats in het water is.

De Vyfde Afdeeling zal handelen van de Insecten, of gekorvene diertjes, waarvan het lot is, verscheidene gedaanteverwisselingen te ondergaan, eer dezelven hunnen wasdom hebben. Dit zyn eigenlyk alle dieren, die voor hunne laatste gedaanteverwisseling, slegts eenige tekenen, of werktuigen der ademhaalinge hebben, maar, in 't vervolg, sprieten aan het hoofd krygen, en altyd zes voeten en niet meer hebben.

In de zesde en laatste Afdeeling zal ik spreeken van de wormen, welken vatbaar zyn voor beweeging, inkrimping en uitbreiding.

prepostterug  begin  verder