terug  begin  verder

XVII.

 
Een brief -: Wij hebben reeds te lang gewacht;
 
Men heeft een bruidegom mij voorgedragen
 
En, daar 'k stoutmoedig hem heb afgeslagen,
 
Geeft men mij tot beraad deez' enklen nacht.
[p. 33]
 
Geliefde, kom: laat u niet meer weêrhouden,
 
Misschien geeft God ons die gelegenheid,
 
Opdat wij 't des te sneller weten zouden
 
Of Hij geluk of onheil ons bereidt
 
Ik smacht in stilte, en slechts de kruisgewelven
 
Waaronder ik, bewaakt en schuldig, dwaal,
 
Beklagen mij, omdat 'k aan de echo's zelven
 
Den naam niet noemen mag, dien 'k zacht herhaal.
 
Mocht men ons weigeren 't geluk te winnen,
 
Waar wij het zochten, in de liefde, o dan
 
Vergeet niet dat een Spaansche maagd beminnen,
 
Maar dat zij voor haar liefde ook sterven kan.

terug  begin  verder