[p. 36]
XIX.
Gesmaad, geweigerd,.. Zal ik 't lang verhaal
Van bitterheid ten einde toe volvoeren?
Hoe dichter 'k nader tot den wendingspaal.
Hoe wreeder snaar mijn vinger moet beroeren.
Zal 'k zeggen hoe haar hand mij werd ontzegd.
Omdat niet Spanje's bloed mijn ad'ren vulde,
En, dubb'le schand van d'ongelijken echt,
Geen hertogskroon mijn wapenschild verguldde?
Helaas, ik vreesde het; o, moog' slechts mij
Het onwêer van haars vaders gramschap treffen,
Moog zij het hoofdje ongeschokt verheffen,
Van beider schuld dat mijn de boete zij.