terug  begin  verder

[p. 79]

XXXVIII.

 
Het was dan waarheid... Deinst ook 't traag begrip
 
Terug voor 't reuzig beeld der werk'lijkheid,
 
Dat als een spooksel uit den afgrond rijst,
 
Waarin 't verstand en rede mede sleept....
 
Het was dan waarheid... schoon de ontkleurde lip,
 
De wreede woorden niet herhalen durft,
 
Die toch steeds klinken, galmen in mijn oor,
 
Door duizend stemmen duizendvoud herhaald,
 
Met grafgezang en schaat'rend hoongelach,
 
Met hollen toon, als 't dof alarmgeklep
 
Dat in den nacht de doodsche stilte breekt,
 
En angst en schrik in 't hijgend harte bonst;..
 
Met schel gerinkel, als de tamboerijn,
 
In wilden Afrikaanschen dans gezwaaid,
 
Waarvan een luchtsprong ied'ren toon verzelt,...
 
Het was dan waarheid... schoon het duiz'lend brein
 
Nog zelf die waarheid niet begrijpen kan,
 
Nog zelf die waarheid niet begrijpen wil,
 
Wijl 't voelt dat hier begrijpen waanzin is,
 
En 't moede hoofd den slag niet dragen kan
 
Dan in vergeten of krankzinnigheid...
 
 
 
Eén enkel uur... o gij voor wie dat uur
 
Beslissing brengen moet van goed of kwaad,
 
O smeekt den wijzer niet om sneller loop,
[p. 80]
 
Het noodlot zwaait zijn geesel snel genoeg,
 
En in één stond ligt 't opgetast gebouw,
 
Het luchtkasteel door liefde en hoop gesticht,
 
Verplet in een, en op den puinhoop knielt ge
 
En denkt om dat wat was, en niet meer is.

terug  begin  verder