XLII.
De zachtste zefirs die er wuiven
Doen 't poeder van uw geur'ge kuiven,
O zomerbloemen, ras verstuiven,
In dartel spel, -
Doen van de vleug'len die u wiegen,
Het goud- en purperstof vervliegen,
O nachtkapel, -
Doen 't lied van hem die voort moet zwerven,
Al ras verdwijnen, en versterven
Zijn zacht vaarwel, -
[p. 87]
Maar ijd'ler dan die vedeltonen
Of 't stof van lente's bloesemkronen
Of 't goud dat vlindervleug'len toonen
En minder trouw,
Bleek mij de liefde die kon wonen
In 't hart der vrouw!