De puinhopen van acht jaar Paars


auteur: Pim Fortuyn


bron: Pim Fortuyn, De puinhopen van acht jaar Paars. Karakter, Uithoorn / Speakers Academy, Rotterdam 2002  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 183]

X Epiloog

Met verbazing die grenst aan verbijstering zie ik momenteel de verkiezingscampagne van Paars, pvda en vvd, aan. De argeloze buitenstaander zou denken dat deze partijen jaren achtereen in de oppositie hebben gezeten, in plaats van 12 respectievelijk 8 jaar prominent in de regering. Als je de pvda en de vvd nu hoort dan weten zij precies wat er mankeert aan de zorg, aan het onderwijs, aan de veiligheid, het vreemdelingen-, asiel- en gezinsherenigingbeleid, aan de multiculturele samenleving en het Openbaar Bestuur in ons land. Sterker nog, zij weten niet alleen precies wat daar allemaal aan mankeert, maar hebben ook nog eens de pretentie dat in een handomdraai te kunnen oplossen. Bij hen is de collectieve sector en het Openbaar Bestuur in veilige, vertrouwde handen en het komt allemaal dik voor elkaar indien de burger/kiezer hen na 15 mei aanstaande vooral hun eigen gang weer laat gaan, zonder de hinderlijke tussenkomst en bemoeienis van wat zij zien als buitenstaanders. Buitenstaanders zijn in hun ogen overigens veruit het merendeel der burgers/kiezers. Dat zijn mensen die beschikken over een onderbuik en daarin allerhande foute tot zeer foute gevoelens hebben opgeslagen, die gemakkelijk te bespelen zijn door populistische onverlaten. Het spreekt voor zich dat de elite van de regentenpartijen pvda en vvd niet beschikt over het verwerpelijke orgaan van een onderbuik en dus ook niet kan worden beticht van foute tot zeer foute gevoelens. In dit regentenwereldbeeld past het uiteraard niet om de kiezer/burger op een directere manier te betrekken bij het Openbaar Bestuur en het beheer en de inrichting van de collectieve sector. Dus geen direct door het volk gekozen minister-president, commissaris van de Koningin en burgemeester. Ook niet een door het bedrijfsleven gekozen voorzitter van de Kamer van Koophandel en dergelijke. Nee het is beter, aldus pvda en vvd, om voort te gaan op de weg van

[p. 184]

de regentencoöptatie. Zij maken onderling wel uit hoe de ambten en bestuursfuncties in dit land onder hun vooraanstaande partijgenoten worden verdeeld. Aan dit met elke vorm van democratie de spot drijvende systeem willen zij beslist geen einde maken. In hun verkiezingsprogramma's zal men tevergeefs zoeken naar voorstellen om aan deze onbeschaamde vertoning een einde te maken. Het land is immers van hen, ten dienste van hen en dat willen zij graag zo houden. Wie dat niet aanstaat mag war hen betreft emigreren.

Naast een enormiteit is deze houding van pvda en vvd bovenal laf. De kiezer/burger mag van hen verwachten dat zij verantwoording afleggen over 12 respectievelijk 8 jaar regeringsbeleid. Waarin hebben zij gefaald, waarin ten dele gefaald en ja, wat zijn de successen. Daarna is het interessant te vernemen van hen hoe zij nu verder wensen te gaan. Maar neen, zo niet Paars! De dader van de puinhopen in de collectieve sector - de wachtlijsten in de zorg, het abominabele onderwijs, de kinderen die voortdurend naar huis worden gestuurd om het minste of geringste, het geringe oplossingspercentage van de criminaliteit, een weer uit de hand lopende toestroom tot de wao en het ziekteverzuim, een voortdurende toestroom van vreemdelingen in weerwil van een ontmoedigingsbeleid (jaarlijks worden er 40.000 mensen definitief toegelaten, elke vier jaar dus een stad van de omvang van Groningen erbij), een soft en volstrekt tekortschietend integratiebeleid, et cetera, et cetera - die dader ligt gewoon op het kerkhof. Of beter nog, we hebben het weer eens ‘met zijn allen’ gedaan. pvda en vvd accepteren geen enkele verantwoordelijkheid voor deze misstanden, die als een soort natuurgebeuren de burger treffen in zijn bestaan. Ze weigeren daarvoor verantwoordelijkheid te nemen en af te leggen. En dat terwijl zij vrijwel gedurende de hele paarse periode van 8 jaar (1994-2002) de economische wind mee hebben gehad. Dat laatste is overigens helemaal niet hun verdienste, ook al kloppen zij zich daar nog zo stevig voor op de borst, maar de verdienste van ondernemend Nederland en de medewerkers in de bedrijven.

Voel ik de stemming in het land goed aan, dan hebben de mensen in het land schoon genoeg van Paars, van de gesloten cultuur van het Poldermodel, van het regentenpartijgedoe, van de achterkamertjes, van het buitensluiten van de burger in het algemeen en nieuwe belangen in het bijzonder, van de falende dienstverlening in de col-

[p. 185]

lectieve sector of het nu gaat om onderwijs, zorg, veiligheid, justitie en politie, de ns, de nationale en lokale overheden (Enschede en Volendam bijvoorbeeld) en dergelijke, maar bovenal hebben de mensen in het land genoeg van al dat verantwoordelijkheidsmijdende gedrag. Ministers, burgemeesters, die van Volendam niet te na gesproken, hoge ambtenaren, ze stappen nooit op en weten de verantwoordelijkheid of elders te parkeren of te doen verdampen in een ‘met zijn allen’. Successen daarentegen schrijven zij schaamteloos op hun conto bij, ook al hebben zij daar part noch deel aan. Ad Melkert, lijsttrekker van de pvda, weigert demonstratief elke verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de fraude met eu-subsidiegelden in ons land, begaan ten rijde van zijn ministerschap van Sociale Zaken in Paars i, zoals Tineke Netelenbos (pvda), de minister van Verkeer en Waterstaat, dat nu weer weigert met de bouwfraude en voor het overige doodleuk 240 miljoen gulden belastinggeld in de sloot gooit voor haar afgeblazen experiment met rekeningrijden. De minister komt er met gemak mee weg, zoals de minister van Defensie, Frank de Grave, met gemak wegkomt voor zijn verantwoordelijkheid van de vuurwerkramp in Enschede en het financiële debacle met (marine) troepenzending naar Eritrea.

De irritatie van de mensen in het land keert zich niet alleen tegen Paars, maar evenzeer tegen de bleke oppositie daartegen van het cda en GroenLinks.

Ik doe mijn best om met de Lijst Pim Fortuyn niet alleen het ongenoegen en de irritatie van de mensen in het land te kanaliseren en te leiden naar een alternatief voor de huidige politieke cultuur, maar heb in dit boek geschetst hoe wij het falen van de collectieve sector en het Openbaar Bestuur kunnen aanpakken. Wij zijn dus geen antibeweging, maar een beweging die verandering wil en ook aangeeft hoe die verandering eruit moet zien en langs welke wegen deze kan worden bewerkstelligd. Daarover is dit boek gegaan. Het is een uitnodiging tot discussie en meedenken. Een uitnodiging tot het verder uitwerken en verbeteren van oplossingen, tot het aandragen van ideeën hoe het anders moet en kan, tot deelname van de mensen in het land aan het debat daarover, dat moet leiden tot de terugkeer van de mensen in het land in de politieke arena en hen verlokt deel te nemen aan het Openbaar Bestuur en het beheer en onderhoud van de collectieve sector, door zitting te nemen in gemeente- en school-

[p. 186]

besturen, activiteitencommissies, buurtverenigingen, het (sport)verenigingsleven, ziekenhuisbesturen, vrijwilligerswerk in zorginstellingen, enzovoort. Nederland moet een echte levendige democratie worden van en voor gewone mensen, een afscheid van de elitepartijdemocratie die wij thans kennen die zonder ons over ons beslist. Dat is de opdracht voor de komende vier jaar, niet meer maar zeker ook niet minder.

Aan de vooravond van de volgende Kamerverkiezingen, Deo Volente over 4 jaar, zal ik opnieuw met een boek komen. In dat boek zal ik verantwoording afleggen over hetgeen ik gedaan en beloofd heb, over mijn falen en naar ik hoop ook over mijn successen. Dat beloof ik u. At your service!

 

Rotterdam
Februari 2002
Pim Fortuyn