|
|
|
| |
| | | |
Morgengebed.
II.
Langzaam met gevoel.
Lieve God! ik wil U prijzen,
Dank be - wijzen Voor de zachte,
stille rust, Die ik van U
heb ge noten, Toen 'k mijn oog jes had
ge - sloten, Zorgloos sliep, van niets be - wust.

| | | |
2.
Niemand kon toen voor mij zorgen;
Voor elks oog, - toch waaktet - Gij!
Ja, Gij schenkt me op nieuw het leven,
Wilt mij kleedren, voedsel geven,
En verkwikkingen daarbij.
3.
Leer me als kind U vroeg beminnen,
Al mijn werk met lust en vreugd;
Laat me in 't leeren vlijtig wezen,
Kinderlijk mijne ouders vreezen,
En U dienen in mijn jeugd.
4.
Aan mijn bedje neêrgebogen,
Bid ik, dat Gij zelf mij leidt;
Lieve God! wil mij verhooren;
Laat geen stoutheid dit verstoren,
Daar Gij zoo vol goedheid zijt.
|
|
|