terug  begin  verderprepost
[p. 364]

Wat nu?

‘Schrijf dat op, Hans’, zeiden ze, zei een stem achter me, en dus schreef ik. Tenminste als er geen ander werk aan de winkel was. Een breikous om tussen de bedrijven door aan verder te breien; die nooit af zou komen. Ten slotte legt de pen zichzelf neer - zei ik in den beginne. Ik zei het met een knipoogje van ‘als het toch eens zou worden gedrukt’, en daarom kostte het een ander geen moeite me toch maar zelf de pen te laten neerleggen nadat je er een streep onder hebt gezet. De kous is af, maar niet afgebreid. Ik ben van mijn praatstoel afgestapt.

Het lijkt niet op een autobiografie. Niet eens op memoires. Het is: stukjes en beetjes - niet uit maar van mijn leven, nee, van wat ik beleefd heb.

Er is achteraf nogal wat geschrapt: staaltjes van buitensporige praatzucht. Maar gek genoeg: niet het ‘In Memoriam’ in ‘H.F.’ Soms werd er ook wat ingelast: om het keurslijf van een hoofdstuktitel te versoepelen. Bij voorbeeld bij ‘Reizen’ soms iets over het reisdoel zelf. Van de lange waslijst onderwerpen in mijn geest is maar een fractie afgewerkt. Het meest mis ik iets dat me pas kort geleden te binnen schoot: ‘Vijf steden’. Dat zouden dan onderscheidenlijk zijn: mijn geboorteplaats, Berlijn, Amsterdam, Utrecht, Parijs. Ook nog New Haven? Nee, dat staat voor een heel land: Amerika. Luckenwalde heeft de verdiende aandacht gehad. Of verdiende het nog meer? In elk geval zijn de andere er bekaaid afgekomen. Het meest spijt mij dat voor Berlijn. Een dwaze formulering; alsof ik in staat ben te getuigen van het verleden van een ander, van een stad.

De kous is af. Wat nu? Misschien ga ik verder waarmee ik begon: opruimen.

prepostterug  begin  verder