'k Wil rijmen wat ik bouw


auteur: Arie-Jan Gelderblom


bron: Arie Jan Gelderblom (samenstelling), 'k Wil rijmen wat ik bouw. Twee eeuwen topografische poëzie. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Jan Vos (ca. 1620-1667)
Tuinbron op Goudestein
Aan mejuffer Geertruid Huydecoper van Maarseveenaant.

 
Laat oud Arcadië op zuivere bronnen roemen,
 
Men vindt op Goudestein
 
Een loffelijker bron, omheind door schone bloemen.
 
Het nat van haar fontein
5
Bekoort het oog en tong van wie zich hier komt laven.
 
Wie dubb'le deugden heeft, betoont zich rijk van gaven.
 
 
 
Hier komt Diana zich met hare jachtstoet baden;
 
Zij vreest hier voor geen smert.
 
Wie dat zijn lusten hier door d'ogen wil verzaden,
10
Verandert in een hert.
 
De kuisheid laat zich door geen dartel oog aanschouwen.
 
Wie veilig wezen wil, moet zich verborgen houwen.
 
 
[p. 36]
 
Als ik op Goudestein mijn zinnen scherp tot dichten,
 
Is dit mijn Hippokreen.
15
De springbron op Parnas moet voor dit water zwichten.
 
Het groeizaam Maarseveen
 
Is moedig op de Vecht, maar meer op deze stralen.
 
Al wat het oog behaagt, is waard om mee te pralen.