[p. 90]
Egoïsmus
.
G
eef een meisje bruine lokken,
Lippen, nimmer moê of bang
Om te kussen en te jokken
Heel het lieve leven lang;
Rozenblosjes, sneeuwen handen,
Hemelsche oogen, elpen tanden,
Ranke leest en vluggen voet;
Armpjes, om er in te vliegen,
Of een kindjen op te wiegen,
En een blij gestemd gemoed.
Lieve Hemel, hoor mijn beden,
Geef haar zachtheid, stille trouw,
En die duizend kleinigheden,
Die zoo lief staan in een vrouw.
[p. 91]
Kleine zonden, teedre nukken,
Die een gloeiend hart verrukken,
Liefdes dartle poezij;
Geef haar wat zich de engel denken
En uw rijkste gunst kan schenken,
En dan - Hemel, geef haar mij!
1847.