Dichtwerken


auteur: P.A. de Genestet


bron: P.A. de Genestet, Dichtwerken (ed. C.P. Tiele). Gebroeders Kraay, Amsterdam 1869  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 95]

Levensfilosofie.

 
Bij het ruischen van uw boomen
 
Leeft gij matig en tevreên;
 
Roept geen menschen om u heen,
 
Ziet uw gasten gaan of komen
 
Zonder leed en zonder lust -
 
Snoevende op uw wijze rust.
 
 
 
Gíj beschimpt die kalverzeden....
 
‘Eenzaamheid is 't bangst verdriet:
 
Boomen - zegt gij - spreken niet.
 
Smaak uw groene eentonigheden!
 
Onder menschen, in de stad,
 
Is het leven, is mijn schat.’
[p. 96]
 
‘'t Buitenleven - lanterfanten!
 
IJdelheid - uw stadsgerucht!
 
'k Geef om mensch, noch boom, noch lucht:
 
Ik leef bij mijn folianten:
 
Dat zijn vríenden waar en wijs;
 
In mijn cel is 't Paradijs!’
 
 
 
‘“Paai! die Mädchen! boomen, menschen,
 
Boeken? - och, een aardig kind
 
Is mij boek en bloem en vrind,
 
Summum van mijn aardsche wenschen!
 
Waar het oog der liefde straalt
 
Is mijn Hemel neêrgedaald!”’
 
 
 
Boomenkweekers, wereldlingen,
 
Celbewoners, jongeliên,
 
In uw plaats, zou mij het spleen
 
Uit mijn jeugdig vel doen springen!
 
Toch roem elk zijn keuze vrij
 
Als de slimste; maar voor mij,
 
 
 
Om door 't leven heen te komen,
 
Wijsheid zoekend, met een lach,
 
Heb ik noodig dag aan dag,
 
Menschen, meisjes, boeken, boomen,
 
Vreugden, smarten, dwaasheên, droomen,
 
Zielestrijd en luit-akkoord,
[p. 97]
 
Vriend en vijand, en zoo voort,
 
Met nog twintig kleinigheden
 
Om mij telkens te vertreden.

1847.