terug  begin  verder

[p. 237]

Zachtheid.

 
Schoonste deugd van schoone zielen,
 
Liefste trek in 't lief gelaat!
 
Mannentrots en hartstocht knielen
 
Waar ge uw vriendlijke oogen slaat.
 
Zachtheid is de kracht der zwakken,
 
Is haar schepter en haar zwaard,
 
't Bloempje, dat een zucht zou knakken
 
Beeft en buigt - en blijft gespaard!
 
 
 
Zachtheid zal den dwingland leiden:
 
In het heiligdom der trouw
 
Heerscht onmerkbaar en bescheiden
 
De almacht van de stille vrouw.
 
Haar gebod ruischt als een bede,
 
En haar wenken is gebod;
 
Voor haar voeten dauwt het vrede,
 
En haar zonen zegent God!

terug  begin  verder