Dichtwerken


auteur: P.A. de Genestet


bron: P.A. de Genestet, Dichtwerken (ed. C.P. Tiele). Gebroeders Kraay, Amsterdam 1869  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 244]

Bij het Beekje.

 
Terwijl ik staar in 't spiegelglad
 
Van 't zilvren nat,
 
Schud ik mijn hoofd: wie ben ik?
 
Ja hooge Hemel: Hoe, wie, wat?
 
Wat wil, wat weet, wat ken ik?
 
Zie hoe hij lacht - die dwaas, die guit,
 
Die leelijkert in 't water:
 
Mijn help! mij-zelven lach ik uit
 
Met wonderlijk geschater.
 
 
 
O menschenhart, o menschenhart,
 
Verstrikt, verward,
[p. 245]
 
Vol zonden, dwaasheên, wonden;
 
Ik gaf mijn zoetste en liefste smart,
 
Mocht ik mij-zelf doorgronden.
 
Een lach klinkt uit het golvenbed:
 
Dat wil zich-zelf begrijpen!
 
Zoudt ge ook uw beeltnis hier te-met,
 
In de ooren willen knijpen?

1850